16 maart 2018

Wie vult de zendtijd voor politieke partijen?

Een stroom verontwaardigde kijkers vraagt de ombudsman om actie als de zendtijd voor politieke partijen op donderdagavond 15 maart een indringend vormgegeven en zeer uitgesproken boodschap bevat. Discriminerend, haat zaaiend, zoiets moet de publieke omroep niet willen uitzenden, het zou verboden moeten worden, zeggen de klagers. Maar in Nederland kunnen ombudsman, NPO en omroepen juist niet ingrijpen in deze blokjes zendtijd.

Bijna 200 boze, verdrietige, mooi geformuleerde maar ook scheldende e-mails op één ochtend, het publiek weet de journalistieke ombudsman van de publieke omroep inmiddels goed te vinden. Maar laat het nu net om een onderwerp gaan waar de ombudsman geen enkele stem in of invloed op heeft: de zendtijd voor politieke partijen. Het komt in elke verkiezingscampagne wel een keer voor: zo'n politiek spotje dat leidt tot ophef en afschuw onder de kijkers. Op donderdag 15 maart was het een spotje van de PVV. In het proces rond vullen en uitzenden van de zendtijd voor politieke partijen spelen allerlei organisaties een rol, maar dan wel een andere dan veel kijkers verwachten.

Volgens de Mediawet wijst het Commissariaat voor de Media jaarlijks, zoals de website zegt,  "landelijke zendtijd toe aan de politieke partijen die vertegenwoordigd zijn in de Eerste en Tweede Kamer. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bepaalt hoeveel zendtijd beschikbaar is. (..) De volgorde van de uitzendingen wordt door middel van loting bepaald door een notaris. Na de loting krijgen de partijen bericht van het Commissariaat over de indeling en technische eisen. De partijen hoeven dus niet een aanvraag voor zendtijd te doen. De NPO stelt de zendtijd beschikbaar en zorgt voor de technische begeleiding voor de uitzending van de spotjes.”

 

Wie, wanneer, waar en hoe(veel)

Het wie van de spotjes ligt dus vast: zolang een partij in Eerste of Tweede Kamer zit krijgt deze zendtijd van het Commissariaat voor de Media, de minister van OC&W bepaalt hoeveel. Vindt u dat partijen - op grond van overtuiging of inhoud - uitgesloten moeten kunnen worden? Dan moet u niet in Hilversum zijn maar bij de rechter.

Ook het wanneer van de spotjes is helder: dat bepaalt een notaris door te loten. Constateert u bevoor- of benadeling van een partij, dan zou de notaris - bij wijze van spreken - moeten rommelen met de lootjes in de hoge hoed. En daar is deze beroepsgroep slecht toe te zetten. Omdat de notaris niet weet wat de inhoud van een spotje gaat worden, kan het dus gebeuren dat er schokkende inhoud of beelden worden uitgezonden op een tijdstip waarop kinderen kunnen meekijken. Wilt u dat anders zien? Dan moeten de regels van toewijzing worden aangepast, en daarvoor moet u bij de wetgever in Den Haag zijn.

Voor het hoe is de NPO verantwoordelijk, want die zorgt ervoor dat een en ander (technisch) op de zender komt. Een grotere rol heeft de NPO niet, de NPO kan niet weigeren om zendtijd vrij te maken. Oproepen tot het ‘platspammen' van de NPO zullen dan ook niet tot verandering kunnen leiden. Ja, "de publieke omroep heeft ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid bij de programmering”, zoals een klager schreef, en moet zich rekenschap geven van eventuele "gevolgen daarvan in de samenleving”, al heeft die samenleving daar zelf natuurlijk een veel grotere rol in. Maar de (Media)wet is hier leidend, en wetten verandert u niet met spam maar door uw politieke vertegenwoordigers met zorg te kiezen en daarna aan te spreken.

 

Maar wát dan?

Wie gaat er dan tot slot over wát er in die toegekende zendtijd op de nationale zenders wordt uitgezonden? In een vrij land is dat er maar één: de politieke partij die deze zendtijd mag vullen. Klachten over de inhoud? Meld u zich dan bij de betreffende partij. Of bij de rechter. 

Het gaat hier niet om journalistieke inhoud die door de publieke omroepen is gemaakt, en dus moet de ombudsman forse afstand houden. Ik wil de vele boze en verdrietige kijkers niet het gevoel geven dat ik ze van een Hilversums kastje naar een Haagse muur stuur. Maar het is goed dat NPO, omroepen en ombudsman zich verre moeten houden van de inhoud van de zendtijd voor politieke partijen. Het gaat hier om de vrijheid van meningsuiting die ook een politieke stroming of partij toekomt. En in ons land ligt de toets voor wat in dat kader toelaatbaar is uiteindelijk bij de rechter.