26 januari 2021

Wat zijn woorden waard?

Het is niet de eerste keer en het zal ook zeker niet de laatste keer zijn dat ik me over woordkeus buig. Maar op zondag 24 januari is er weer een aanleiding. De dag dat Nederland zich opmaakt voor de tweede avondklok-avond verzamelen zich ‘s middags op veel plaatsen mensen om hun ongenoegen daarover te uiten. Maar al snel blijkt dat er ook groepen zijn die eigenlijk komen om te rellen. In de media wordt, ook als er al lang gevochten wordt, nog een tijd gesproken van ‘demonstranten’. Tot ongenoegen van lezers, luisteraars en kijkers.

Een klager stuurt me zondagavond om half zeven al de link naar een NOS-artikel met de kop ‘Demonstranten richten vernielingen aan en plunderen winkels in Eindhoven’ en vraagt zich af waarom de redactie dat woord kiest. “Een grote groep mensen bezoekt een verboden en dus illegale demonstratie. Hierna moet de politie optreden met waterkanon en traangas. Vervolgens wordt er geplunderd, vernield en brand gesticht. Naar mijn mening draagt deze benaming bij aan het bagatelliseren van de illegale, ondermijnende en ontwrichtende daden die zij hebben gepleegd. Op basis van de feiten zou deze groep mensen beter relschoppers of bendes kunnen worden genoemd.”

Het artikel met deze kop is niet meer vindbaar (online artikelen worden steeds aangevuld en gewijzigd) maar op Twitter zie je nog wel de verwijzing naar het artikel met deze titel.


Klik je nu op de link die de klager meestuurde, dan zie je de versie zoals die zondag om even na negen uur ‘s avonds was, na de laatste aanpassing: ‘Plunderingen en vernielingen na demonstratie in Eindhoven, stad urenlang onrustig’. Aan hoe de protesten op rellen uitliepen wordt een apart artikel gewijd.

Secuur beschrijven

Hoe werkt zoiets op een nieuwsredactie, die verslag doet van lopende ontwikkelingen en alleen daarom al steeds artikelen aanvult en update? Wat in Eindhoven begon als een demonstratie werd al snel een rel met plunderingen. In Amsterdam bleef het op de ene plek rustig en werd er op de andere gereld. In de Haagse Schilderswijk was helemaal geen demonstratie tegen coronamaatregelen: daar werd alleen maar vernield en geknokt. Urk had zijn geheel eigen dynamiek op zondagmiddag. Een divers beeld, dat vraagt om diversiteit in bewoordingen.

De hoofdredactie legt het zo uit: “Waar de grenzen liggen is soms heel duidelijk en soms diffuus. De oplossing is dan secuur beschrijven. Bijvoorbeeld ‘onder de demonstranten bevinden zich ook relschoppers’ of ‘de demonstratie liep uit op rellen’. Of gebruik in plaats van het persoonlijke woord ‘demonstranten’ het algemenere woord ‘demonstratie’.”

Dat zie je gaande de avond in de berichtgeving van de NOS terug, met name het lezen van een liveblog maakt de tijdlijn en de aanvullingen inzichtelijk. Artikelen waarnaar in het liveblog verwezen wordt, worden steeds van extra informatie voorzien en de bewoordingen verschuiven. Er zijn ‘deelnemers’ aan een protest tegen de avondklok, dan ‘demonstranten’, vervolgens ‘relschoppers’ en uiteindelijk (in de bewoordingen van een burgemeester) ‘corona-hooligans’ en ‘dieven’. En al blijft een enkele titel van een artikel wat lang ongewijzigd, de klager was wel heel snel met het – onjuiste! – oordeel dat de NOS de term ‘demonstranten’ bleef gebruiken voor iedereen die zondag de straat op ging.

Woorden doen ertoe

Waarom zoveel uitleg voor iets dat volstrekt logisch is: verschuivend nieuws leidt tot verschuivende bewoordingen? Omdat een oordeel snel geveld wordt, ook door het publiek, ook als het té snel en niet juist is. En omdat het dan publiekelijk tegengesproken kan en moet worden.

Zo’n oordeel wordt namelijk vaak weer makkelijk gedeeld, de brenger van het nieuws wordt een alternatief motief toegedicht (in dit geval onder meer: het bagatelliseren van illegale, ondermijnende activiteiten), en voor je het weet lig je weer in het laadje ‘partijdige pers’ of het bakje ‘nepnieuws’. En waar dat toe kan leiden zagen we helaas zondag 24 januari ook weer gebeuren, met aanvallen op een cameraploeg en een krantenverslaggever.

Op het schoolplein zeiden we vroeger: schelden doet geen pijn. Daar ben ik onderhand niet meer zo zeker van. Maar correct schrijven én correct lezen doen er zeker toe.