17 oktober 2019

Van wie is mijn video op Facebook?

Een stichting ziet beelden van de eigen Facebook-pagina terug in een uitzending van Nieuwsuur, en klaagt bij de ombudsman dat daarvoor geen toestemming is gevraagd. Of het programma de beelden dus wil verwijderen. Maar zo eenvoudig is het niet. Auteursrecht geldt ook voor beelden die je van sociale media haalt, maar voor journalistiek gebruik zijn er uitzonderingen.

De klacht
Op 10 september maakt Nieuwsuur een uitzending over informeel islamitisch onderwijs. Daarvoor onderzoekt het programma samen met NRC Handelsblad onder meer zeventig uur aan beeld- en geluidsmateriaal van websites en sociale media-kanalen van diverse onderwijscentra. In de lessen zouden kinderen opmerkelijke opvattingen over ongelovigen en de Nederlandse samenleving meekrijgen. Veel onderwijscentra zijn niet happig om lesmateriaal aan journalisten af te staan. Nieuwsuur verzamelt dus zelf materiaal, en laat in de uitzending enkele fragmenten zien van filmpjes die door de organisaties op websites en sociale media zijn gezet.

Eén van de in de uitzending voorkomende stichtingen stelt dat Nieuwsuur  “onterecht en zonder toestemming” gebruik heeft gemaakt van beeldmateriaal van de Facebook-pagina van de stichting, en verzoekt de ombudsman om negen seconden beeld uit de uitzending te laten verwijderen.  Dit omdat de video “geen toegevoegde waarde” zou hebben en zonder toestemming is gebruikt, en omdat vrijwilligers en de stichting bedreigd zouden worden naar aanleiding van de uitzending. Het beeldmateriaal is door de stichting inmiddels van de eigen Facebook-pagina weggehaald.

Het klinkt misschien hard, maar ik moet voorop stellen dat als een persoon of organisatie bedreigd wordt als gevolg van een journalistieke publicatie, dát op zich geen reden kan zijn voor ingrijpen achteraf,  in dit geval verwijdering van beeldmateriaal of naam. Een publicatie of programma kan niet zonder meer verantwoordelijk gehouden worden voor wat derden met de uitzending doen. Wanneer een item of artikel met opzet lasterlijk of onverantwoordelijk is (bijvoorbeeld: als een journalist of programma zou oproepen tot beschadigende actie of geweld) kan zo’n mogelijke vraag over de verantwoordelijkheid wel worden gesteld. Maar dat was hier niet het geval.

(On)terecht gebruik van beeldmateriaal
De stichting stelde dat het beeldmateriaal onterecht was gebruikt, want het had “geen toegevoegde waarde” in de uitzending van Nieuwsuur.  Maar de bepaling of beeldmateriaal van toegevoegde waarde is in een uitzending, is niet aan de persoon of organisatie die op dat beeldmateriaal is te zien. Dat is een (hoofd)redactionele, journalistieke beslissing en hangt af van hoe het onderwerp wordt aangepakt, of er keuze in bronnenmateriaal is (dan kies je uiteraard materiaal zónder auteursrechtelijke issues), de mogelijkheid om bronnen aan te boren, en aan de context waarin het materiaal gebruikt wordt.

In de hoeveelheid van door Nieuwsuur gebruikt beeldmateriaal zou het eenvoudig zijn om te zeggen: wat voegen die paar seconden over die ene stichting toe? Maar het gaat hier om het principe waarom Nieuwsuur op deze wijze verkregen beeldmateriaal gebruikte. Het journalistiek belang om te kunnen laten zien en horen welke boodschap kinderen meekrijgen in de onderzochte lessen, was groot genoeg om gebruik te maken van het zonder toestemming verkregen beeldmateriaal. In dit geval was ieder fragment van belang, omdat zo ook de omvang van het fenomeen getoond kon worden.

Onterecht gebruik zou ook kunnen inhouden dat een organisatie niets met het verhaal in kwestie te maken zou hebben. Maar dat is hier wel zo. Het item ging over de inhoud van informeel islamitisch onderwijs, en dat werd aantoonbaar gegeven bij de stichting die klaagde.

Onrechtmatig gebruik
De stichting stelde dat ze eigenaar is van het beeldmateriaal, zij heeft het op Facebook gezet, en het zo ‘in het publieke domein’ geplaatst (en het daar inmiddels ook weer uit verwijderd). Nieuwsuur  zou het beeld weg moeten halen omdat er niet om toestemming voor gebruik was gevraagd. Inderdaad ligt auteursrecht van (beeld)materiaal bij degene die het gemaakt heeft. En ook als deze de beelden in het publieke domein van een sociale media-site plaatst, geeft dat derden niet het recht deze zomaar elders te gebruiken.

Maar er zijn omstandigheden waarin voor journalistiek gebruik een uitzondering kan gelden. Zo is er het citaatrecht. Dit kan een wettelijke uitzondering op het auteursrecht zijn en geldt als je een verhaal alleen correct kunt vertellen door stukjes uit materiaal van anderen op te nemen. Dan moet je overigens wel de bron van het materiaal vermelden en dat werd in Nieuwsuur gedaan. Dit geldt dus nadrukkelijk niet wanneer het alleen maar om ‘versiering’ gaat, die vervangbaar is door andere beelden. Daarvan was hier geen sprake, de beelden waren essentieel in de journalistieke onthulling.

Er kan ook nog ‘(zwaarwegend) publiek belang’ zijn om zonder toestemming materiaal van anderen te gebruiken. Dat kan als iemands eigendomsrecht minder belangrijk wordt gevonden dan het feit dat het publiek bepaalde informatie – meestal over een misstand – moet weten. In dit geval is het van belang dat het publiek weet wat er door specifieke organisaties aan onderwijsinhoud wordt gegeven. Als dat niet verteld kan worden met gebruik van met toestemming verkregen materiaal, dan kan een beroep worden gedaan op beelden waarvoor geen toestemming voor uitzending is gevraagd.

‘Niet-geregisseerd’ beeld
Uit eerdere ervaringen met organisaties in het informeel en formeel islamitisch onderwijs (ook van onderzoekers die geen journalisten waren) was gebleken dat bij een officieel aangevraagd bezoek een andere inhoud aan de lessen werd gegeven dan wanneer onaangekondigd een bijeenkomst werd bijgewoond. Om een niet-geregisseerd beeld te krijgen van de inhoud van het informeel islamitisch onderwijs, kozen Nieuwsuur en NRC Handelsblad voor het zelfstandig onderzoeken van lesmateriaal dat (grotendeels) al openbaar was, want het was door organisaties zelf op websites en sociale media gepubliceerd. Om de uitkomsten vervolgens in een journalistieke publicatie te kunnen laten zien, bleef – nadat organisaties uitgebreid om wederhoor was gevraagd maar dit veelal niet kwam – alleen de mogelijkheid over om het onderzochte maar auteursrechtelijk beschermd materiaal te gebruiken. Had Nieuwsuur het onderzoek kunnen brengen zónder de beelden van de diverse organisaties te gebruiken? Nee, dan zou er van alles zonder onderbouwing en zonder de mogelijkheid tot checken beweerd zijn.

Nieuwsuur  had ook deze stichting in de aanloop naar de uitzending een aantal maal om wederhoor gevraagd. Daar was de stichting heel summier op ingegaan. Er werd alleen gesteld dat een docent op de beelden inmiddels niet meer voor de stichting werkte, en dat ze geen salafistische organisatie is, wat Nieuwsuur in de uitzending en op de website toevoegde.

Blurren?
De conclusie moet hier zijn dat het auteursrecht van de beelden inderdaad bij de stichting ligt. Maar er kan zowel met een beroep op het citaatrecht als op een zwaarder wegend publiek belang, gesteld worden dat hier zonder toestemming van dat beeldmateriaal gebruik kon worden gemaakt. De negen seconden beeldmateriaal hoeven niet uit de uitzending gehaald te worden.

Had het beeldmateriaal dan niet ‘geblurred’ moeten of kunnen worden, waardoor de spreker onherkenbaar werd en de stichting misschien niet geklaagd had? Dat had in theorie gekund maar niet gemoeten. Er was een ‘kleurmasker’ over de beelden gelegd waardoor ze al vaag werden, en er werd beeld van afstand gebruikt, geen beeldvullend portret. Het doet allemaal aan het principe niets af. Auteursrecht is heilig, maar soms net niet helemaal.