17 september 2021

Propaganda of karaktermoord?

Was een uitzending van het programma Propaganda (KRO-NCRV) erop gericht om de hoofdpersoon af te branden? Een kijker vond – ook na uitgebreid contact met de omroep – dat de redactie eerder een vorm van karaktermoord dan journalistiek onderzoek pleegde: het programma was niet fair, er was geen wederhoor, en de redactie was niet integer. Werd hier de Journalistieke Code geschonden?  

Ik kreeg een uitgebreide klacht naar aanleiding van het programma Propaganda van 28 januari 2021 over Maurice de Hond. De klagende kijker correspondeerde en sprak er uitgebreid over met de hoofdredactie en directie van de uitzendende omroep KRO-NCRV, maar hij vond de reacties vanuit de omroep niet ingaan op zijn bezwaren.

Het is altijd fijn als een klager en de omroep zelf in contact komen en trachten elkaar te begrijpen. En het is jammer als dat uiteindelijk niet lukt. Maar voor klachten over de klachtenafhandeling door een programma of omroep is de ombudsman niet bedoeld. Het is mijn taak een journalistieke productie van de publieke omroepen aan de Journalistieke Code van de NPO te toetsen en te onderzoeken of het journalistiek handelen bij het maken én het eindproduct volgens de normen uit de Code zijn geweest.

Fairness en het waarom van de uitzending

De klager vond dat de uitzending niet fair en onbevooroordeeld was, onder meer omdat het programma niet zou uitleggen waaróm er zo nodig een onderzoek naar Maurice de Hond gedaan zou moeten worden. Dat verbaasde mij, want het programma gaf dat al aan het begin aan: De Hond is een belangrijke stem in het corona-debat, iemand waarvan de opvattingen in brede kring doordringen en die invloed kunnen hebben.

Het is journalistiek te rechtvaardigen om in een voor een groot publiek relevant debat een belangrijke stem en diens opvattingen te onderzoeken, zowel op feitelijkheid van die opvattingen als op zaken die deze opvattingen onderbouwen, weerleggen of in een ander daglicht stellen. De persoon De Hond – die het publieke debat zelf niet schuwt en de publieke schijnwerper om diverse redenen met grote regelmaat zoekt – kan terecht onderwerp van journalistiek onderzoek zijn.

Bij zijn klacht over gebrek aan fairness wees de kijker ook nog op de schade die de uitzending zou hebben gedaan. Hij vroeg aan een Tweede Kamerfractie waarom er niet meer gebruik werd gemaakt van de inzichten van De Hond over de verspreiding van het coronavirus. De fractie antwoordde dat die inzichten en de persoon nogal omstreden waren en verwees daarbij naar de uitzending van Propaganda.

Een journalist kan niet verantwoordelijk gemaakt worden voor wat een derde met of op grond van journalistieke publicaties vindt of doet. Een journalist brengt informatie in het openbaar domein, andere spelers daarbinnen kiezen zelfstandig daarmee iets (en zo ja: wát) te doen of niet. Dat is heel formeel gesteld, maar zo moet het zijn. Alleen onder zwaarwegende omstandigheden (zoals landsbelang of levensgevaar) heeft de journalist ook volgens jurisprudentie een zekere plicht om mogelijke gevolgen van publiceren of niet af te wegen. Is er geen sprake van dit type veelomvattend publiek belang, dan heeft in onze democratie de pers grote vrijheid. Maar het werk moet wel altijd door feiten onderbouwd worden. Verontwaardiging over de handelwijze van een politieke partij hoort dus daar te liggen, niet bij de journalist.

Onjuiste informatie over onafhankelijkheid

Het programma besprak of het ontvangen van geld (in dit geval een gift van een ondernemer) de onafhankelijkheid van De Hond zou hebben aangetast. De klager bestreed dat. Dat hoeft inderdaad niet per definitie het geval te zijn. De publieke omroep ontvangt belastinggeld via de overheid maar kan niet verweten worden niet onafhankelijk van die overheid te opereren of niet kritisch over diezelfde overheid te zijn. Maar dat de gever stelt dat de ontvanger na de gift onafhankelijk is gebleven (zoals de klager als bewijs opvoerde) is ook geen bewijs voor onafhankelijkheid.

In dit geval was er feitelijke onderbouwing voor minimaal het ter discussie stellen van de onafhankelijkheid. Na ontvangst van de gift veranderde de heer De Hond zijn website en zijn strategie. Ging het bij het beperken van de verspreiding van corona eerst alleen over het dragen van mondkapjes, ná de gift kwamen de aerosolen erbij en werd de website vernieuwd (SmartExit). Het programma kon betogen dat de donatie invloed heeft gehad op De Hond en zijn werk.

De juiste deskundigen?

In het programma werd een advocaat opgevoerd die volgens zijn eigen website een strafrechtadvocaat is. De klager betoogde dat dat een onjuiste deskundige was. De advocaat geeft op zijn website aan dat hij onder meer zaken behandelt die gerelateerd zijn aan geweld, drugs en witwassen. Vanuit die laatste expertise en de vragen die Propaganda over geldstromen had, is het niet verboden of laakbaar dat Propaganda hem heeft gevraagd om als expert hierop te reageren. Uiteraard zijn er altijd andere experts te bedenken, maar dat diskwalificeert niet zonder meer de keuze van Propaganda om deze advocaat als betrouwbare deskundige op dit terrein op te voeren.

De advocaat legt in het programma uit dat het overmaken van geld naar een privérekening van een bestuurder van een stichting op zich wel mag, mits het bedrag later naar een andere rekening wordt overgemaakt. Het is daarentegen wel omslachtig en niet de meest gangbare of logische weg om voor te kiezen. Deze uitleg valt binnen de rol die deze expert in dit programma en in dit fragment heeft.

Lost ventilatie alles op?

Propaganda zou onterecht zeggen dat De Hond meent dat “ventilatie alle problemen oplost” (citaataanhalingstekens van de klager). Als dit al een citaat was, kwam dat niet van de redactie van Propaganda. In het programma werd wel in voice-overteksten gezegd: “Ventileren! Goed ventileren, dan zou het virus vanzelf overwaaien” en “Voor De Hond staat het volkomen vast: de aerosolen zijn de verspreiders van corona en met ventilatie is dat probleem opgelost.” In een quote kwam ook nog langs: “En als we simpelweg goed ventileren, dan is het klaar.”

Deze teksten kunnen inderdaad de indruk geven dat volgens Propaganda De Hond niets anders dan ventileren voorstaat om verspreiding van het virus tegen te gaan, en dat is niet zo. Hier had de redactie duidelijker moeten zijn dat De Hond naast dit kernpunt – want dat is het voor hem zeer zeker – andere maatregelen niet helemaal afserveert.

Fouten uit het verleden

Stelde Propaganda verder dat opvattingen van De Hond over corona niet zouden kloppen omdat hij in het verleden in andere zaken ook fouten zou hebben gemaakt? Nee. Het programma vroeg zich wat betreft het verleden af of het problematisch is dat iemand ooit over ongerelateerde zaken (al dan niet kloppende) opvattingen had, dat mag toch? En beantwoordde vervolgens de eigen vraag door te stellen dat De Hond “een man met een publiek is, iemand met aanzien. Als hij zich mengt in zo’n explosief debat, dan stuurt hij dat debat ook. Het is directe invloed.”

Precies daar zit het belang van het terugkijken naar de opstelling van De Hond in oude zaken: zijn stem is meer dan zomaar een mening. Dan gaat het er niet direct om of de zaken uit het verleden precies vergelijkbaar zijn met nu, maar wel om vergelijking van de aanpak en de impact. Ook ik vroeg me af wat het debacle met De Honds  iPad-scholen ertoe deed als je het hebt over de corona-aanpak. Maar de wijze waarop hij bij de Deventer moordzaak overtuigingskracht richting het publiek gebruikte en de manier waarop hij met bewijs en opvattingen van anderen omging, zijn wel illustratief voor hoe De Hond steeds zijn plaats inneemt in het publieke debat. Ook op dit moment. Terugkijken heeft dan een functie en wordt niet ingezet om te stoken of beschadigen.

Wederhoor

De Hond wilde niet meewerken aan de uitzending van Propaganda. De redactie toonde (en las voor uit) gedeelten van mailwisseling waarin De Hond zijn redenen gaf. Er is geen journalistieke plicht om alles dat een betrokken partij aan reactie geeft mee te nemen in een productie, zolang de kern van de reactie (of van de redenering om geen reactie te geven) maar ongeschonden bij het publiek overkomt. Helder werd in dit geval onder meer dat De Hond bang was dat zijn reactie ‘verknipt’ zou worden.

Volgens de Journalistieke Code behoort de journalist wederhoor toe te passen. De programmamakers hebben De Hond gelegenheid gegeven om op aantijgingen te reageren. Hier ging hij niet op in, wat zijn goed recht is. Maar aannemen dat je wel verknipt zult worden is een slecht argument als je dat niet gebaseerd op ervaringen kunt aantonen. Aannames zijn precies dat: aannames en geen bewijs.

Daarnaast kan je altijd proberen met makers tot heldere afspraken te komen. De Hond figureert al lang genoeg in de media (en is zelf genoeg mediamaker) om te weten hoe hoor en wederhoor werken. Als juist dát ertoe heeft geleid dat hij in dit geval niet wilde meewerken aan het programma, dan zij dat zo. Maar de makers hebben hem zeker wel die gelegenheid geboden.

Aanvullend debat

Op 26 maart legde De Hond in een debat georganiseerd door KRO-NCRV alsnog zijn opvattingen uit. Van de debattijd was hij ongeveer de helft aan het woord om in alle vrijheid zijn punten te maken. Het was een debat met de programmamakers en andere kenners en zou ook over de journalistieke aanpak van het programma gaan. In het debat bedankte De Hond voor de ruimte die hij die avond kreeg, en de makers gaven nogmaals aan dat ze ook in de uitzending ruimte voor hem hadden willen maken.

Het debat was het eerste in wat een serie bijeenkomsten moet worden waarin de omroep voor betrokkenen en publiek de eigen journalistieke werkwijze transparant wil maken en wil laten bevragen. Het ging naar de zin van de makers uiteindelijk te weinig over de journalistieke aanpak en toch weer veel over de merites van de opvattingen van De Hond, een welles-nietes frame waar je niet uitkomt en dat standpunten mogelijk zelfs nog kan verharden. Een les voor komende  bijeenkomsten dit najaar. En ze zijn niet bedoeld voor wederhoor, dat heeft nog altijd zijn plek in de oorspronkelijke publicatie.

Conclusie

De klagende kijker schreef dat de programmamakers niet integer gehandeld zouden hebben. Dat is nogal een stap want ‘niet integer handelen’ veronderstelt een vorm van vooropgezette kwade trouw. Die heb ik niet kunnen onderbouwen. De programmamakers hadden geen belang bij het ‘afbranden’ (zoals de klager dat noemde) van De Hond.

Dat Propaganda een journalistiek onderzoek naar De Hond wilde doen, was gezien zijn rol en positie te rechtvaardigen. Het programma leverde geen nieuwe inzichten of feiten op. In die zin was het resultaat van het onderzoek mager: voor een stevig deel een herhaling van feiten en reacties van deskundigen die al bekend waren. Ook dat bekende feitenmateriaal gaf een niet onverdeeld positief beeld van De Hond.

Het is heel jammer dat De Hond in de oorspronkelijke uitzending geen wederhoor of reactie wilde geven. Zijn angst dat zijn reacties verknipt zouden worden blijft nu in de lucht hangen en met aannames kunnen we weinig.

De klager vroeg om rectificatie en verontschuldigingen vanuit de omroep. Ik zie daarvoor geen aanleiding. Maar zelfs als ik dat op zich nodig zou vinden, kan ik geen rectificatie afdwingen. Dan doe ik inbreuk op de vrijheid van de pers en dat kan in onze maatschappij alleen de hoogste macht: de rechter. Bij een grondwettelijk vastgelegd groot goed als de persvrijheid moet je inbreuk daarop niet eenvoudig maken.

Wel kan ik als het nodig is aandringen op actie vanuit programma of omroep. En zal ik altijd discussie op de redactie óver en publicatie op de eigen kanalen ván het oordeel van de ombudsman bepleiten. Ook in dit geval.