27 mei 2021

Programma over complotten niet misleidend

Hoe maak je een programma over mensen die ‘anders’ denken over straling, corona of buitenaards leven? Je krijgt in elk geval extreem diverse reacties op zo’n uitzending. En als ombudsman krijg je er klachten over. Een groep kijkers schreef dat het BNNVARA-programma Filemon en de complotten mensen als ‘gekkies’ neerzet en serieuze kritiek op gezondheidsrisico’s van straling manipuleert. Maar voor die klacht is geen onderbouwing.

De uitzending waarover geklaagd werd portretteerde mensen die zich zorgen maken over de uitrol van het 5G-netwerk: ze zeggen er ziek van te worden, ze demonstreren, procederen of trekken zich terug uit de samenleving. Presentator Filemon Wesselink gaat bij hen op bezoek en wil snappen hoe ze denken en wat hen drijft. Maar volgens de klagers zet hij kwetsbare mensen voor gek terwijl de deelnemers hem genoeg informatie geven om over een volgens hen serieus probleem serieuze vragen te stellen.

De kijkers klaagden bij de omroep en vroegen om verwijdering van het programma plus “als goedmaker” het maken van een uitzending die wel op het probleem zou ingaan. De omroep stelde in een antwoord dat van stigmatisering van de geportretteerde mensen geen sprake is en de aflevering niet verwijderd wordt. De groep kijkers wendde zich daarna tot mij.

Gewicht van een titel
Volgens de klagers zou zeker één van de deelnemers niet hebben meegewerkt als ze had geweten hoe het programma zou gaan heten. Geportretteerden werden volgens de klagers bij voorbaat al misleid door de titel van tevoren niet te noemen.

De groep stuurde me als bewijs een kennismakingsmail van de redactie (onderwerp van de mail: “Nieuw programma over complotten”) waarin deze schrijft bezig te zijn met “een programma over complotten”. Weinig ruimte voor misverstand waar het programma over zal gaan, lijkt me: over complottheorieën. En volgens de rest van de inhoud van de mail over mensen die daarmee bezig zijn en er anders over denken.

Maar een titel is wel een vlag op een programma en journalisten moeten daarvan doordrongen blijven. Een titel weegt mee bij hoe je een programma gaat bekijken. Deel daarom een titel zo snel als kan met degenen die (mogelijk) meewerken, dat geeft hen nog extra informatie om een afweging over wel of geen medewerking te kunnen maken. Bewust niet melden van een titel – om welke reden dan ook maar wellicht omdat die controversieel zou kunnen zijn – past niet bij het werken met open vizier dat de Journalistieke Code als norm stelt. Maar dat was hier duidelijk niet het geval.

Ik snap dat iemand een ‘met de kennis van nu had ik niet meegewerkt’-reactie kan hebben, maar kan op basis daarvan niet oordelen dat van misleiding sprake was. Mensen nemen ‘met alle kennis van dát moment’ een welbewust besluit om mee te werken aan een uitzending. Er kon op basis van de e-mail over de kern van het programma weinig misverstand bestaan, en je hoefde de titel niet te kennen om te weten dat het in het programma over complotten en de mensen die ermee bezig zijn zou gaan.

Complot-frame
In de uitzending werden de geportretteerden expliciet geen ‘complotdenkers’ genoemd; dat label werd niet opgeplakt. Toch vonden de klagende kijkers dat de deelnemers wel in een complot-frame en als ‘gekkies’ werden neergezet. Ze haalden onder meer beelden aan van een deelnemer die op blote voeten door het bos liep om te ‘aarden’, en kwamen met een passage waarin een andere geportretteerde vertelde over zijn psychische gesteldheid in het verleden. Daarmee zou geïmpliceerd worden dat last van 5G-straling vanuit een psychose zou komen. Maar dat verband werd nergens in de uitzending gelegd, er werd niet eens op gehint. Hier werd door klagers een stellige interpretatie van bepaalde passages gegeven maar zonder onderbouwing. Anders gezegd: klagers zagen iets dat er niet was.

Zeker werden de deelnemers door de verhalen die ze deelden als bijzonder en anders dan vele anderen geportretteerd. Dat wilde het programma ook doen: niet het complot maar de mens die ermee bezig is laten zien. Volgens de kijkers werden de geportretteerden daardoor ‘kwetsbaar’. Al is ook dat interpretatie, ik begrijp dat wel. Iemand die als anders wordt neergezet kan daarmee kwetsbaar worden. Maar de presentator dwong hen niet tot bizarre uitspraken of vreemde acties, hij gaf hen veel ruimte en was niet oordelend in zijn opmerkingen. Had hij ze in hun overtuigingsdrang dan moeten tegenhouden? Dat was betuttelend geweest. Had hij op bewijzen voor theorieën moeten inzoomen? Dat was een ander programma geweest. De presentator vroeg, en vroeg, en vroeg nogmaals. Hij wilde begrijpen maar kon dat uiteindelijk niet.

Bij iedere berichtgeving over complottheorieën krijg je de vraag of je ze niet te veel ‘podium’ of ‘zuurstof’ geeft. Die klachten kreeg ik over dit programma niet en ik vind sowieso dat je onzin moet tegenspreken maar alleen strafbare feiten zoals haatzaaien geen podium moet geven. Dit programma wilde mensen laten zien en laten vertellen. Dat kan vreemde beelden en ontregelende verhalen opleveren. Maar concluderen dat het programma mensen daarmee in het frame van ‘gekkie’ wilde stoppen is onjuist.

Oordelen dat hier sprake was van stigmatisering vraagt om het aantonen van opzet en feitelijke misleiding in tekst en beeld. Die onderbouwing is er niet. Dit is een programma dat vragen stelt en dat lijkt me niet slecht. En dat is iets anders dan framen of veroordelen.

De gewonnen rechtszaak
De groep kijkers stelde dat de programmamakers op het moment van opname wisten dat een van de geportretteerden een rechtszaak over de plaatsing van een zendmast in haar achtertuin had gewonnen, en dat inhoudelijke informatie hierover uit de uitzending was geknipt. Zo bleef het volgens de klagers vaag “wat haar zeer relevante rol in het 5G-debat is”.

Inhoudelijk bleef inderdaad vaag waarom de rechter omwonenden van een te plaatsen zendmast gelijk gaf. De omroep legde in zijn antwoord uit dat dat een keuze was die de redactie vanwege redactionele autonomie mag maken en waarvoor een inhoudelijke reden was: “Op welke juridisch technische gronden de rechter tot dit oordeel gekomen is, vonden onze makers voor de gemiddelde kijker niet of minder relevant.”

De redactie mag zo’n keuze natuurlijk maken. En er is in het programma wel enkele minuten aandacht besteed aan het feit dat de betrokken gemeente door de rechter terecht was gewezen. De presentator ging de geportretteerde feliciteren met de overwinning bij de rechter. Maar ik twijfel over het antwoord van BNNVARA dat informatie over het waarom van de uitspraak niet of minder relevant zou zijn voor de kijker vanwege het juridisch-technisch gehalte.

De rechter stelde dat bezwaren van de bewoners tegen het plaatsen van de mast (zowel van landschappelijke aard als vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s van straling) onterecht niet zijn bekeken bij het door de gemeente afgeven van een plaatsingsvergunning. De rechter oordeelde niet over de vraag of straling schadelijk is, maar over de wijze waarop de gemeente met de bezwaren van de bewoners was omgegaan.

Als de informatie was toegevoegd dat volgens de rechter bezwaren van omwonenden tegen een zendmast (onder meer vanwege mogelijk stralingsrisico) door een gemeente in elk geval moeten worden bekeken, dan had de redactie iets meer laten zien dat er diverse kanten aan de medaille kunnen zitten, ook als het alleen om een juridisch-technisch oordeel en niet om een inhoudelijke uitspraak ging. Dat had wellicht nog wat meer kunnen aanzetten tot nadenken over het protest van de geportretteerde mevrouw. Iets dat het programma op de BNNVARA-website aangaf ook te willen doen: de vraag neerleggen of je iets van deze mensen kunt opsteken?

Nu besloot de redactie dat het ‘juridisch technisch’ was en ‘niet of minder relevant’. Maar het was goed geweest als de kijker zelf had kunnen bepalen hoe relevant deze informatie was. Dat had niet met al te veel en technisch lastige details gehoeven, en had niet veel ruimte en tijd in de uitzending of programmatisch ombouwen van het verhaal gevraagd.

 Tot slot
De groep kijkers schreef aan BNNVARA en mij dat de omroep iets goed te maken heeft. Dat is niet aan de orde. Want zelfs al zou de journalistieke code met dit programma geschonden zijn, dan nog zou de reactie daarop niet moeten zijn om het programma te verwijderen en “als goedmaker” een ander programma te maken – waarvoor de klagers alvast de bouwstenen aandroegen.

Wij kennen in Nederland redactionele en journalistieke autonomie, die staat in de wet; alleen een rechter kan rectificatie of verwijdering afdwingen. Als een klager het oneens blijft met een programma en dit veranderd of weggehaald wil zien, dan is er de stap naar de rechter.

De ombudsman kan geen rectificatie of verwijdering afdwingen. Wel kan ik achteraf onderzoeken, analyseren en openbaar oordelen met de Journalistieke Code van de NPO als meetlat. Naming and shaming als het nodig is. Mijn onderzoek vond voor deze klachten geen onderbouwing. En al was op een enkel punt (het waarom van de gewonnen rechtszaak) extra informatie van toegevoegde waarde geweest, de klachten over misleiding en stigmatisering waren niet gegrond en de Journalistieke Code is niet geschonden.