05 september 2019

Opstandelingen in Bergen

In het BNNVARA-programma Opstandelingen zien we burgers in conflict met overheden of met elkaar. Hoe kan het dat sommige kwesties zó uit de hand lopen? Over één van de afleveringen komt een klacht binnen. Om het beeld te kunnen schetsen van “een zielige maar strijdbare burger” hebben de journalistieke programmamakers zaken niet onderzocht of wel bekeken maar “de waarheid vervolgens verzwegen”, zo schrijft de klager. De ombudsman oordeelt dat de programmamakers veel ruimte mogen nemen bij het maken van dit programma, maar dat niet álles kan.

De uitzending en de klacht

In juni 2019 zendt BNNVARA de serie Opstandelingen uit, een viertal programma’s waarin, volgens de website van de omroep, presentator Sophie Hilbrand buurten en dorpen bezoekt waar “bewoners zich het slachtoffer voelen van voortdurend bestuurlijk onrecht en in conflict zijn met het lokale bestuur of met elkaar.” Iedere aflevering draait om een lokaal conflict. Sophie probeert samen met de opstandelingen en bestuurders de kern van het probleem te ontrafelen. Waar is het mis gegaan en hoe heeft het zo uit de hand kunnen lopen?” De aflevering van 19 juni betreft de gemeente Bergen, waar bestuur en een aantal burgers al lang met elkaar overhoop liggen. Het programma laat zien waarom één bewoner zich door de gemeente gemangeld voelt en hoe hij samen met enkele andere dorpsbewoners de strijd aangaat.



De klager, een inwoner van het dorp, schrijft dat “in het programma de gemeente Bergen, het college van B&W, de gemeenteraad, het ambtenarenapparaat, een viertal makelaars en huurders van gemeentelijke woningen afgeschilderd [worden] als door en door corrupt. Het tegendeel is echter het geval. Om tot het door de makers gewenste beeld te komen van een zielige maar strijdbare burger tegenover een harteloze, corrupte en niet tot overleg bereid zijnde overheid, hebben de makers in hun uitzending  ‘feiten’ en beweringen niet onderzocht, of wél onderzocht maar de waarheid vervolgens verzwegen.” De klager gaat op een website met lokaal nieuws met de regisseur van het programma in discussie, maar ze blijven het oneens of dit programma journalistiek ongeoorloofd eenzijdig is.

De klager vraagt mij vervolgens  om de betrokken omroep “tot rectificatie te dwingen, BNNVara en de makers te dwingen hun excuses aan te bieden en BNNVara op te dragen te gaan onderhandelen over een gepaste schadevergoeding aan alle betrokkenen. Tot de laatste groep behoren ook de inwoners van de gemeente Bergen, aangezien zij worden afgeschilderd als leden van een corrupte gemeenschap.”

Vooraf

Om over één ding direct helder te zijn: ik dwing geen rectificatie of schadevergoeding af bij een omroep of programma. Die bevoegdheid hebben we in Nederland belegd bij de rechter, de hoogste macht in onze rechtstaat, omdat dit raakt aan het principe van redactionele vrijheid en dus de fundamentele vrijheid van de pers. Voor een rectificatie moet een klager naar de rechter.

Ik leg een journalistieke productie langs de lat van de Journalistieke Code. Journalisten die werken voor de publieke omroepen (dus ook buitenproducenten en freelancers) worden geacht zich aan deze richtlijnen te houden. Eventuele sancties op het niet naleven van de code zijn aan hoofd- en eindredacties en uiteindelijk aan de omroepen, maar niet aan mij.

Invalshoek

Vooropgesteld is dat we hier niet te maken hebben met een programma dat alle kanten van een zaak  zegt te tonen. De invalshoek van het programma is op de website duidelijk weergegeven (“waar bewoners zich het slachtoffer voelen van voortdurend bestuurlijk onrecht en in conflict zijn met het lokale bestuur of met elkaar”). Het wordt door de regisseur – ook in een gesprek met mij – steeds gedefinieerd als: “Wat maakt iemand tot een opstandeling? Waarom gelooft iemand niet meer in het gewone politieke proces?”

Het programma hanteert niet – zoals een onderzoeksjournalistieke reportage zou doen – de vorm dat de uitkomsten van een researchproces aan het publiek worden voorgelegd. Wel vindt voor het programma onderzoek plaats, per aflevering zes weken research. De makers gaan vervolgens bij de aanpak uit van een vorm van (rechts)ongelijkheid tussen de ‘opstandeling’ en de ‘andere krachten’ zoals bestuurders en ambtelijke organisaties. Cruciaal is dat het hier gaat om het  zich slachtoffer voelen. Deze insteek zorgt ervoor dat de makers meekijken met één kant van de kwestie en keuzes maken, zowel in enscenering, vormgeving en montage als in de inhoudelijke aspecten die in het programma worden verwerkt. Die vrijheid hebben makers, ook binnen een journalistiek kader, en dat kan ertoe leiden dat niet alle voorhanden zijnde informatie in een programma aan de orde komt of met evenveel nadruk verteld wordt.

De gekozen invalshoek en de mogelijke  gevolgen daarvan (bijvoorbeeld het bieden van veel ruimte aan een centrale figuur/figuren om de eigen kant van het verhaal uit te leggen; meer uitnodigend dan kritisch interviewen) kunnen in het geval van Opstandelingen, zeker ín het programma, sterkere nadruk gebruiken. Een keuze maken mág, maar wees er uiterst transparant over. Omdat over het programma blijkbaar misverstanden kunnen ontstaan, hebben de programmamakers hier zelf inmiddels toe besloten.

Aanpak en werkwijze

Omdat het een journalistiek programma betreft moet een verhaal wel op een feitelijk fundament berusten. Daar heeft de klager bij een aantal fragmenten uit het programma specifieke kritiek op. Zijn overkoepelend punt is dat de makers (regisseur en presentator) de kant van het verhaal van de hoofdpersoon niet voldoende kritisch bevragen, en hem met onvolledige of onjuiste informatie laten wegkomen. Daardoor ontstaat een onjuist en schadelijk beeld van gemeente, ambtenaren en burgers van Bergen.

De makers stellen daarentegen dat het er in het programma niet om draait om uit te leggen wie er gelijk heeft, maar om te laten zien hoe een kwestie zó uit de hand kan lopen dat iemand een opstandeling wordt. En in dat proces zijn een eenzijdige blik van hoofdpersonen en het vervolgens uitvergroten, omkeren of negeren van informatie belangrijk fenomenen. Daarmee staan de makers, de klager en ik op een lastig journalistiek kruispunt.

Een groot aantal van de kritiekpunten van de klager wortelt in de specifieke insteek van het programma. Het gaat niet zozeer om wie gelijk heeft, maar om hoe een conflict kan escaleren, waarbij de underdog – de ‘opstandeling’ – als hoofdpersoon wordt gekozen. Dramatisch begrijpelijk: een strijdend burger is interessanter om naar te kijken dan een bestuurlijk proces of ambtelijke organisatie. Maar het is ook journalistiek gezien interessant om de beweegredenen van boze burgers te laten zien.  
Het programma componeert vervolgens – soms meer en soms minder zichtbaar – om het punt van het gelijk heen en presenteert de onderliggende informatie over het conflict hoofdzakelijk vanuit één gezichtshoek, fundamenteel anders dan bijvoorbeeld een onderzoeksjournalistiek programma dit zou doen. Al is dat in deze aflevering ook niet exclusief het geval: er zit in het programma wel een aantal passages uit een interview met de burgemeester, degene die door de hoofdpersoon als kwade genius wordt gezien.

Grenzen aan de ruimte

Mag een journalistiek programmamaker, als deze vooral één kant aan een verhaal wil laten zien, dan van alles, omdat de hoofdpersoon dat nu eenmaal zo ziet of zegt of voelt? Geeft het feit dat iemand zich tekortgedaan ‘voelt’ programmamakers een vrijbrief om niet uitputtend aan te tonen of dit ‘voelen’ op waarheid gebaseerd is? Ik zie veel ruimte, maar er zijn ook grenzen.

Aantijgingen (zeker wanneer deze een strafrechtelijke connotatie hebben of als smadelijk gekwalificeerd kunnen worden) mogen niet zonder wederhoor of context blijven. Waar expliciete beschuldigingen uitgesproken worden, ook door een geïnterviewde hoofdpersoon, moet een programmamaker iets doen. Bij voorbeeld: een aantijging van corruptie moet bevraagd, geduid of weersproken worden. Dat gebeurde hier in een enkel geval niet (of niet duidelijk genoeg).

Conclusie

Positie kiezen kan, ook in een journalistiek programma van de publieke omroepen. Daarin op basis van research meer ruimte geven aan de visie en opvattingen van één hoofdrolspeler is niet verboden. Glashelder moet wel zijn dat dát is wat het programma is: geen feitelijke reconstructie maar ontrafelen hoe iemand die zich gemangeld voelt, tot boze burger wordt. Dit oogmerk en de consequenties ervan voor de werkwijze en het uiteindelijke product staan voor dit programma op de bijbehorende website beschreven, maar moeten ook ín het programma duidelijker gemaakt worden. Daar zijn de programmamakers het mee eens.

De specifieke insteek brengt mogelijk eerder een invoelende dan een kritische houding mee. En niet alle voorhanden zijnde informatie zal gelijkwaardig behandeld worden. Ook dat kan, al is daarmee niet gezegd dat een programmamaker  in alle gevallen de kant van een hoofdpersoon kan kiezen. Wat in dit programma overigens ook niet gebeurt: de presentator neemt de hoofdpersoon ook vriendelijk de maat en laat hem op een enkel moment kritisch naar zichzelf kijken zonder dat hij daarmee ‘opstandeling-af’ is. Wel had dit vaker gemogen, en meer kritische vragen hadden de getoonde tegenstellingen niet aan scherpte doen verliezen.

Door aanpak en insteek is een serie als Opstandelingen een productie op een lastig kruispunt van gelijk hebben en ongelijk voelen. Het is journalistiek interessant en geoorloofd om ook eens aan de andere kant van de straat te gaan staan en proberen uit te leggen hoe een burger een opstandeling wordt. Maar wel even goed uitkijken bij het oversteken!