16 januari 2020

Dodencijfers Onze jongens op Java

Naar aanleiding van de documentaireserie Onze Jongens op Java  stuurt de Federatie Indische Nederlanders een klacht aan de ombudsman.  De documentaire zou “onjuiste en manipulatieve dodencijfers” gebruiken en het publiek “doelbewust” misleiden. Na onderzoek blijkt dat er nog altijd veel onduidelijk is over slachtofferaantallen, maar dat de in de serie gebruikte cijfers in lijn zijn met de laatste stand van historisch onderzoek.

In de vierdelige serie die Coen Verbraak maakt voor BNNVARA vertellen veertien Indiëveteranen over hun uitzending als militair naar het Indonesië van direct na de Tweede Wereldoorlog. De serie bestaat uit indringende gesprekken, recht op camera gevoerd, en veel historisch beeldmateriaal. Zo nu en dan geeft een voice-over-tekst extra informatie of duiding. In de eerste aflevering zegt één zo’n voice-over dat de periode waarin Nederland probeert  de kolonie Indië weer te gaan besturen “in vier jaar tijd meer dan 100.000 Indonesiërs en ruim 6.000 Nederlanders het leven zal kosten”.

De klagers betwistten deze cijfers en stelden dat het hier om “feitelijke onjuistheden”, “doelbewuste manipulatie” en “misleiding” ging. Ook verweten de klagers de documentairemaker dat hij specifieke informatie met betrekking tot de zogenoemde Bersiap niet gebruikt had. Informatie die noodzakelijkerwijs tot andere – lees: hogere – slachtofferaantallen zou hebben geleid. Een rectificatie zou daarmee op zijn plaats zijn. De omroep stelde dat de cijfers schattingen waren, gebaseerd op de laatste stand van het historisch onderzoek en dat er geen reden voor rectificatie zou zijn.

Onderbouwing van de cijfers

Zowel de klagers (“cijfers van het NIOD”) als de omroep in zijn weerwoord naar de klagers (“officiële schattingen van het NIOD”) beriepen zich op informatie afkomstig van het NIOD, het instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies. In (zowel wetenschappelijk historisch als journalistiek) onderzoek worden diverse cijferaantallen en schattingen genoemd. Het NIOD geeft hier, met bronverwijzing, inzicht in op zijn website. Maar dat betekent niet dat dit cijfers ‘van’ het NIOD zijn of dat het om ‘officiële’ schattingen gaat. Als de klagers of de omroep zich op derden willen baseren, dan moeten ze dat doen op origineel bronnenmateriaal en niet op een niet-bestaand NIOD-oordeel.

De in de serie gebruikte cijfers gaan terug op schattingen onder meer op basis van militaire rapporten die bij het Nationaal Archief liggen. Ook de Lijst van Gevallenen tijdens oorlogen en missies sinds de Tweede Wereldoorlog en informatie van het Comité 4 en 5 mei geven aantallen. Een overzichtelijk artikel in De Groene van 2017 zette de vele uiteenlopende cijfers en hun herkomst al eens op een rij. Sindsdien is geen recenter of inhoudelijk afwijkend bronnenmateriaal bekend geworden, liet het NIOD me weten.

De gebruikte slachtofferaantallen zijn schattingen op basis van een aantal onafhankelijke bronnen en naar de huidige stand van het historisch onderzoek verdedigbaar. Waarmee de claim van de klagers dat “de cijfers van het NIOD bevestigen dat BNNVARA het totaal aantal Nederlandse doden significant lager heeft voorgespiegeld dan dat er in werkelijkheid vielen” op twee manieren niet correct was: het NIOD heeft geen cijfers, en de gebruikte aantallen zijn niet “significant lager” voorgespiegeld dan onafhankelijke bronnen aangeven.

Met betrekking tot aantallen slachtoffers van de zogenoemde Bersiap – de bijzonder onoverzichtelijke en zeer gewelddadige vijf maanden direct na de capitulatie van Japan – geeft deel 2 van de serie heel summier informatie. “Vele duizenden Nederlandse, Indo-Europese en Ambonese burgers zullen de Bersiap niet overleven”, zegt de voice-over. Dit had meer toegespitst kunnen worden, want ook hiervan bestaan zeker schattingen. De nu wat vage woordkeuze is misschien jammer, maar de passage kan formeel niet onjuist genoemd worden: de schattingen lopen sterk uiteen, maar tellen in alle gevallen tenminste vele duizenden slachtoffers.

Extra kwetsend?

Er is in de documentaireserie wat de slachtofferaantallen betreft geen doelbewust misleidende informatie gegeven maar er zijn – zij het op één punt vager dan strikt noodzakelijk – schattingen gebruikt gebaseerd op zo recent als mogelijk beschikbaar bronnenmateriaal.

De federatie schreef dat er vele klachten over de serie ontvangen waren. Dat kan uiteraard. Maar ik las ook bijzonder veel positieve reacties: van veteranen zelf (óók de geïnterviewden, waarmee een afzonderlijke klacht over de interviewstijl van de documentairemaker – die zoveel jaar na dato de veertien mannen nog eens extra zou kwetsen – ook niet terecht bleek), van kinderen en kleinkinderen van veteranen, en van kijkers zonder band of historie met Nederlands-Indië.

Het geeft aan dat over een zo beladen onderwerp als dit heel verschillend gedacht en geoordeeld kan en zal worden, dus ook over een documentaireserie over zo’n onderwerp, en dat gevoeligheden en littekens generaties en bevolkingsgroepen overstijgen. Maar de claim van bewust gemanipuleerde slachtofferaantallen die bedoeld zouden zijn geweest om te kwetsen, vindt in het beschikbare bronnenmateriaal geen onderbouwing.

Ik zie dan ook geen aanleiding om BNNVARA op te roepen tot een rectificatie.