26 februari 2019

Muggenrisico eenzijdig belicht bij Jinek

In de talkshow Jinek wordt gesproken over de risico’s van uitheemse muggen, die ziektes kunnen overbrengen. De verspreiding via tweedehands autobanden en bamboeplantjes zou door de overheid beter bestreden moeten worden. Twee gasten lichten dit standpunt toe. Maar was dit een ongenuanceerd en eenzijdig gesprek en had er, zoals een klager stelt, een tegenstander aan tafel moeten zitten?

De klacht

Eind juni 2018  klopt de klager aan bij de ombudsman, omdat hij het gesprek in Jinek over de risico’s van uitheemse muggen en de gebrekkige aanpak door de overheid nogal eenzijdig vindt. Aan tafel zitten twee gasten die uitleggen hoe de gevaarlijke muggen naar ons land komen (vooral in ladingen tweedehands autobanden en in bamboeplantjes), dat er te weinig tegen de verspreiding wordt opgetreden, en welke beschermende middelen wel en niet werken. De klager werkt voor de bedrijfstakorganisatie van de banden- en wielenindustrie. Hij stelt dat een “bijzonder eenzijdig” beeld wordt geschetst van de inspanningen die overheid en bedrijfsleven doen om de verspreiding van gevaarlijke muggen tegen te gaan. De presentator concludeert – onterecht volgens klager – dat “Den Haag momenteel niks doet”.  

Waar was de tegenspraak?

De ombudsman bekeek de aanpak van het onderwerp in het programma en onderzocht wat er in de voorbereiding van de uitzending aan informatie over risico’s en aanpak van de verspreiding van uitheemse muggen ter beschikking van een journalistieke redactie zou zijn geweest.

Dat een redactie kiest voor een bepaalde invalshoek bij een onderwerp (in dit geval: nadruk op de risico’s en met klem wijzen door sprekers op de noodzaak meer tegen verspreiding van uitheemse muggen te doen) is legitiem. En er was een aanleiding voor, er waren namelijk Kamervragen gesteld. Er hoeft niet altijd per se een fysieke ‘tegenspreker’ in een uitzending te zitten. Maar in een journalistiek praatprogramma hoort informatie wel gebalanceerd gebracht te worden, en zonder ‘tegenstem’ moet die rol dan anders worden ingevuld.  Dan moet de presentator kritisch doorvragen, mocht een spreker niet onmiddellijk onderbouwde beweringen doen die om toelichting vragen.

Dit zou op enkele momenten in de uitzending hebben moeten gebeuren. Klager wees op het fragment waar de presentator na uitleg van de beide gasten concludeert: “De overheid doet op dit moment niks.” Dat deze constatering (in elk geval op papier) niet klopte, had de redactie eenvoudig kunnen nagaan via de websites van NVWA en RIVM, de organisaties die voor de overheid toezicht uitvoeren en onderzoek doen in deze: daarop stonden de overheidsmaatregelen per augustus 2017.

Dan kan het zijn dat die maatregelen niet – of in de ogen van sprekers onvoldoende of te laat – werden uitgevoerd, maar de beschikbare informatie gaf op zijn minst aanleiding om hen om nadere toelichting te vragen. De gasten in de studio toonden sowieso weinig vertrouwen in de doorgaans als onafhankelijk beschouwde organisaties RIVM en NVWA, bij wie informatie te vinden was. Ook dat kan op zich terecht zijn. Maar dat was dan nog een reden geweest om door te vragen, of om te zoeken naar echt  onafhankelijke informatie.

Scherpe toon

Dat de overheid op het moment van uitzenden dus echt ‘niks’ deed en de presentator dat terecht concludeerde, is mogelijk. Maar het had gecheckt moeten worden en in de uitzending mistte een kritische vraag om onderbouwing van deze bewering.

Kritisch doorvragen op grond van onafhankelijk van de gasten te verkrijgen informatie was op zijn plaats geweest. Eén van de gesprekspartners zei zelf in de uitzending al dat het woord “plaag” een “te scherpe” formulering was. En ook toen een van de sprekers stelde dat door betrokken bedrijven “notoir over de schreef” gegaan wordt, had een vraag ter onderbouwing gesteld moeten worden. Bij een opmerking dat “het leger” ingezet zou moeten worden, paste zeker nog een vraag naar de aantoonbare omvang van het probleem. We zetten immers niet elke dag de militairen in tegen een mug.

Het item en de aanpak gaven aanleiding tot weerwoord en verduidelijkende, kritische vragen (die overigens over een aantal vermeende beschermingsmiddelen tegen de muggen wél werden gesteld). Tegenwicht hoeft niet altijd door een fysiek aanwezige derde gegeven te worden. Maar dan moet de presentator zich deze rol aanmeten op basis van onafhankelijk verkregen informatie. Dat dit niet gebeurde, leidde bij dit onderwerp in deze uitzending tot te voorkomen twijfel over mogelijke eenzijdigheid van de informatie.

Wees-mail

De klager moest behoorlijk lang op een antwoord wachten. Daarbij speelde het  de ombudsman bij haar onderzoek parten dat het programma Jinek maar een gedeelte van het jaar wordt uitgezonden. Het blijkt dat contact met programma’s moeizaam is wanneer ze gestopt zijn. Het zou goed zijn als iemand zich kan blijven bekommeren om ‘wees-mail’. Dat is misschien niet makkelijk te regelen voor de veelal kleine, hardwerkende redacties met freelancers die van programma naar programma trekken. Maar voor de uitzendende omroep wel en het is echt nodig.