30 december 2019

(Hoe) interview je een IS-ganger?

Mensen met M interviewde de vrouw die met man en kinderen naar IS reisde en alleen met de kinderen terug vluchtte. Het werd een persoonlijk gesprek met dit zogenoemde kalifaatmeisje, over hoe ze haar leven weer op de rails zet. Er kwamen veel klachten over de aanpak. De ombudsman onderzocht de journalistieke keuzes die het programma maakte.

Wel de gast
Geef ‘zo iemand’ geen podium, dat was de eerste klacht die – in vele verschillende, ook minder nette, bewoordingen – vanaf de uitzending op kerstavond de ombudsman-mailbox binnen liepen. Of – klacht twee – ga dan met haar op zijn minst ook in op het lot van de slachtoffers van IS. Ook op sociale media was een sterk afkeurend oordeel over de uitzending snel geveld. 

Een categorisch ‘njet' tegen het interviewen van omstreden mensen is onzin. Iemand interviewen betekent niet per definitie dat je de rode loper uitrolt, en van een podium kan je indien nodig door een interview ook afvallen. Klagers die om een verbod vroegen, krijgen van mij dus ongelijk. En van toon en gebrek aan nuance in de reacties op sociale media moet ieder weldenkend mens afstand nemen. Maar het venijn rond de uitzending zat in drie dingen: het format van het interviewprogramma, het al dan niet stellen van bepaalde vragen, en de timing van uitzenden.   

Niet dit format
Het format van Mensen met M was dat van een zeer persoonlijk gesprek met per aflevering twee “prominente Nederlanders die elk op hun eigen manier kleur gegeven hebben aan het afgelopen jaar”, zei de persaankondiging van de vier uitzendingen. De redactie zocht mensen die de verpersoonlijking werden van een onderwerp in het nieuws. Wat betreft de discussie over Syriëgangers was dat Laura H. De redactie twijfelde geen moment om haar uit te nodigen. 

Maar dan heb je toch ook al nagedacht of die droomgast wel in het gekozen stramien zal (of überhaupt zelfs kán) passen, lijkt me. Programmamakers stelden herhaald en met nadruk dat Mensen met M geen journalistiek programma maar een human interest programma is. Maar dat is een onderscheid dat programmamakers maken; het publiek ziet of ervaart dat niet, zoveel maakten de reacties wel duidelijk.

Het schuurde. Want enerzijds nodig je de verpersoonlijking uit van een nieuwsonderwerp – in dit geval terugkerende Syriëgangers, de controverse over berechting voor hun misdaden en het risico dat ze hier mogelijk vormen. Anderzijds vul je het persoonlijke gesprek zo nauw in dat er geen ruimte is voor de context van dat nieuwsonderwerp waar die gast de verpersoonlijking van is – in dit geval discussie over mogelijke betrokkenheid van Nederlandse Syriëgangers bij gepleegde gruweldaden, berechting hier of daar, het lot van slachtoffers en het mogelijk gevaar van geradicaliseerde terugkeerders. Maar hoe kan je die verpersoonlijking van de nieuwsgebeurtenissen als kijker dan op waarde schatten als je die context helemaal los laat?

Laura H. wordt door het publiek niet los van die context gezien, dat lukt (nog?) niet. Is er door de invulling van het format geen plaats voor die context, dan moet je mijns inziens concluderen dat dit format niet op deze manier of voor deze persoon te gebruiken is, want ieder gesprek wordt zo een gesprek waar een (in dit geval: lelijke) helft wordt weggelaten . Dit was een conclusie die op voorhand getrokken had kunnen worden. 

Niet zonder kritische vragen
De keuze om het format zo in te vullen dat de focus alleen bij de visie van de geïnterviewde zelf bleef, wordt nog opmerkelijker als je leest dat de persaankondiging van de serie zelf wél hintte op het aanbrengen van context, kritische vragen en reflectie. De interviewer zei op de website: "De periode rond kerst en oud en nieuw is voor de meeste mensen een tijd waarin we elkaar opzoeken en het jaar met elkaar doornemen. In Mensen met M doe ik dat ook. Stikstofcrisis, Eurovisie Songfestival, verkiezingen, showbizzrellen, liquidaties, Syriëgangers, maar hoe verhoudt het persoonlijke zich tot deze grote en kleine gebeurtenissen in ons land en de rest van de wereld?” (cursivering van mij, MS)

Om een verhouding te schetsen heb je twee kanten van een zaak nodig. Er was dus ruimte voor reflectie voorzien en bedoeld. Grijp die ruimte dan, zou je denken, daarmee maak je het programma nog interessanter. Maar de buitenwereld kwam niet binnen, en de kritische vraag bleef uit. Een interviewer mag een geïnterviewde veel ruimte geven, zeker als je wilt proberen iemand uit zijn gebruikelijke groef te krijgen, maar nonsens of een half verhaal vraagt om weerwoord. 

De verantwoordelijke omroep KRO-NCRV reageerde kort na de uitzending op het uitblijven van kritische vragen. ‘Laura doet haar opzienbarende persoonlijke verhaal, zonder daarmee haar schuld te ontkennen. Ze heeft fouten gemaakt, heeft daarvoor een straf uitgezeten en daarmee haar schuld voldaan. Ze is nu aan het re-integreren in de samenleving. Dat hebben we laten zien.’ Dat klopt, maar het bleef een half verhaal. 

Vond men zelf ook niet dat het programma een aantal kritische vragen had moeten toevoegen? Misschien wel, reageerde de redactie, en het had gekund, maar we hebben er niet voor gekozen want het paste niet in deze setting. “In dit format kiezen we voor human interest vragen aan iemand die zélf in het nieuws is of die een nieuwsonderwerp verpersoonlijkt. Daarmee kiezen we een richting voor het soort vragen dat we stellen. We belichten dan ook per definitie niet alle aspecten van zo’n nieuwsgebeurtenis. Het gaat namelijk om de persoonlijke aspecten,” stelde de redactie. Maar dit is een variant op de format-kwestie, en daarmee komen we in een cirkelredenering. En je hoeft dan misschien niet alle aspecten van de nieuwsgebeurtenis met de verpersoonlijking daarvan door te nemen, maar er zit meer tussen dat en maar één kant schetsen.

Niet op dit moment?
Tot slot waren er klagers die vielen over het moment van uitzenden: kerstavond. Ongepast op zo’n avond, vond men. De reactie van KRO-NCRV was: 'Laura heeft haar straf uitgezeten en probeert haar leven weer op de rit te krijgen. Het is een opzienbarend verhaal. Door dit verhaal te vertellen, appelleert het aan vergevingsgezind zijn, en past het ook in deze tijd.’ Maar het publiek verwachtte dan – juist in deze tijd? – minimaal ook wel wat zelfreflectie van de geïnterviewde. 

Die had ze mogelijk wel, dat weten we niet. Uiteraard was het interview met Laura veel langer dan is uitgezonden, zei de redactie. Maar we moeten het doen met de selectie die door de redactie is gemaakt. Hier had de frisse blik gepast van iemand die niet te nauw bij het maakproces betrokken was. De omroep, wiens zendtijd een programma vult, is mijns inziens dan de eerst aangewezene. Ook bij programma’s van buitenproducenten, zoals Mensen met M, is de omroep de poortwachter naar het publiek; eindverantwoordelijkheid ligt niet slechts bij de makers.

Ook de omroep heeft het interview niet voldoende journalistiek benaderd of de gevoeligheden bij het publiek ingeschat. Nu hoef je niet om ieder publiek pijnpunt heen te lopen. Maar hier schoot een programma zijn doel voorbij en droeg ook de uitzendende omroep verantwoordelijkheid voor het pakket problemen met formatkeuze, vraagstelling en timing dat Mensen met M bij het publiek onder de kerstboom deponeerde.