23 maart 2020

Dossier Objectiviteit. 2: Wat is objectiviteit eigenlijk?

DWDD is te links” of ”NOS Journaal bericht altijd negatief over Trump!” Team Ombudsman krijgt regelmatig klachten dat journalisten van de publieke omroepen niet objectief genoeg zouden zijn. Maar niet altijd is duidelijk wát een klager met ‘objectiviteit’ bedoelt. En ook media worstelen met het begrip. Hoe definieer je objectiviteit zodat we het kunnen onderzoeken?

Het fenomeen ‘objectieve verslaggeving’ en de kritiek die erop komt, is een onderwerp dat binnen de publieke omroepen sterk leeft. En niet alleen in Nederland, overigens: luister hier binnenkort naar een podcast van de ombudsman, waarin ook buitenlandse publieke omroep-ombudsmannen hierop in gaan. Je hebt de taak om gezamenlijk ‘het nieuws van alle kanten’ te laten zien. Journalisten wegen hun woorden zorgvuldig en besteden er veel tijd aan om passend beeld en geluid te vinden. En toch stelt het publiek dat berichten en redactionele keuzes niet altijd objectief genoeg zijn.

Het verschil tussen de toegepaste objectiviteit en hoe dit beleefd wordt komt later in dit dossier aan de orde, net als het bijzondere karakter van het Nederlandse publieke omroepbestel, dat diversiteit in berichtgeving en opiniering als het ware ‘ingebouwd’ zou moeten hebben. In dit artikel concentreren we ons op het definiëren en voor dit onderzoek bruikbaar maken van het begrip ‘objectieve berichtgeving'.

Historische context

Het is verhelderend om objectiviteit kort in een historische context te plaatsen, want dat wat als objectieve berichtgeving wordt gezien en hoe journalisten dit toepassen, staat al ruim een eeuw ter discussie. Politici werden bijvoorbeeld aan het begin van de 20ste eeuw altijd letterlijk geciteerd omdat journalisten ervan overtuigd waren dat alleen dit objectieve journalistiek zou zijn. De verslaggeving zou dan vrij zijn van persoonlijke overtuigingen en bestaan uit wat er feitelijk gezegd was door de bron.

Dit zorgde ervoor dat politici vooral met kant-en-klare marketingteksten in de media kwamen. Ze aanspreken op fouten en misstanden was hierdoor onmogelijk en de controlefunctie van de journalistiek stond onder druk. Het duiden van gezagsdragers vinden wij een belangrijke journalistieke taak, een verhaal bestaat immers altijd uit twee kanten. Zo letterlijk moet het begrip dus beter niet gehanteerd worden, al zouden sommige politici misschien best terug willen naar deze tijden.

Vijf kenmerken

Wat een belangrijke rol speelt bij het concreet definiëren van objectieve berichtgeving is dat objectiviteit een parapluterm is geworden. Het begrip objectiviteit werd (en wordt nog steeds) dikwijls vervangen door termen als onpartijdigheid, evenwichtigheid, neutraliteit en accuraatheid, e zullen verderop in dit dossier laten zien hoe de publieke omroepen zelf dat doen. Het is begrijpelijk, maar feitelijk belichten alle termen maar een deel van objectiviteit.

Het brede scala aan associaties met objectiviteit verleidde de Amerikaanse professor journalistiek David Mindich ertoe om in zijn boek Just the Facts: How ‘Objectivity’ Came to Define American Journalism de term uiteen te zetten in vijf kerntaken voor journalisten:

  • Een journalist dient de feiten voor zich te laten spreken en zijn eigen overtuigingen achterwege te laten.
  • Een verhaal heeft altijd twee kanten en beide moeten worden besproken.
  • De belangrijkste feiten moeten altijd als eerste worden genoemd.
  • De feiten moeten het verhaal accuraat weergeven.
  • Het verhaal moet in balans zijn, het ene aspect in het artikel mag niet onevenwichtig meer aandacht krijgen dan het andere aspect.

Er wordt, zeker ook in de klachten bij de ombudsman, vaak gesuggereerd dat berichtgeving niet objectief is omdat de mening van de journalist erin zou doorklinken. Maar objectieve verslaggeving is meer: het is een professionele werkwijze die de kwaliteit van het journalistieke product moet waarborgen. Een werkwijze die je kunt baseren op de vijf bovengenoemde kerntaken.

Hieraan zitten zeker haken en ogen. Moeten bijvoorbeeld beide kanten van een verhaal altijd in hetzelfde item of artikel worden besproken? Leidt balans in de journalistiek niet tot bloedeloze ‘hij zei, zij zei’- artikelen? En zijn we het nog eens over wat ‘de feiten’ zijn? Maar de kerntaken blijken behoorlijk te matchen met de vragen en klachten die bij Team Ombudsman binnenkomen en dus met wat het publiek verwacht. En de uitsplitsing kan ons helpen bij de analyse van de berichtgeving over de Amerikaanse politiek  bij de publieke omroepen.

Objectiviteit als norm

Van een journalist wordt verwacht dat hij objectief te werk gaat, maar objectiviteit heeft zijn grenzen. Welke verhalen worden behandeld is bijvoorbeeld een redactionele keuze, net als wie als bron wordt aangehaald, de vragen die aan de bron gesteld worden en de antwoorden die worden geselecteerd voor een artikel of item.

Maken deze keuzes objectieve berichtgeving dan niet onmogelijk? Nee. Honderd procent objectiviteit is onmogelijk, als je dat wilt moet je een stenograaf inhuren. Maar het maken van redactionele keuzes maakt berichtgeving niet per definitie subjectief. Journalisten moeten keuzes maken. Niet alle verhalen zijn nieuws, niet alle bronnen zijn beschikbaar of doen ter zake, niet alle vragen zijn relevant voor het verhaal en niet alle antwoorden zijn bruikbaar. De gemaakte keuzes moeten wél duidelijk zijn en verantwoord worden. Zo krijg je een transparante methode op basis van de kerntaken.

Objectiviteit is niet absoluut, het is een norm. De objectiviteitsnorm houdt in dat de journalist ernaar streeft om de berichtgeving zo objectief mogelijk te doen. Door transparant te zijn over je werkwijze en redactionele keuzes en deze duidelijk uit te leggen aan het publiek, creëer je als media een realistische en haalbare objectiviteitsnorm. En met dát in ons achterhoofd duiken we het omroepbestel, de klachten en de programma’s in.

Dossier Objectiviteit. 1: Hoe verslaan de publieke omroepen de Amerikaanse politiek?
Dossier Objectiviteit. 3: De regels en de wet, wat moet en wat mag?