28 mei 2019

De Europese verkiezingen: wat deden de omroepen?

Het is na elke verkiezingscampagne weer een vraag: hoe ‘deden’ niet alleen de politici het, maar ook: hoe deden de publieke omroepen het? Kwamen alle politieke stromingen aan bod, en ging het over inhoud of om de poppetjes? Werden politici voldoende kritisch ondervraagd? Zagen we de wedstrijd maar niet de eindstreep? Bij de vorige editie in 2014 was er nog geen ombudsman of journalistieke code van de publieke omroepen, dus  vergelijken is lastig. Maar er vallen wel een paar dingen op.

Inhoud

Bij iedere campagne is de vraag wie er waar, hoeveel en waarover aandacht krijgt bij de publieke omroepen. Deze Europese campagne leek bij de omroepen maar een dag of tien te duren, wel wat kort als je je herinnert dat bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 alleen al de  zogenoemde ‘campagnefinale’ drie weken in beslag nam. Maar kort kan krachtig zijn, er was een grote diversiteit aan items, verhalen, series en sprekers. En waar bij recente verkiezingen van gemeenteraden, provinciale staten en waterschappen met grote regelmaat de Haagse kopstukken werden ingezet om landelijke thematiek te bespreken, gebeurde dat bij deze verkiezingen niet. Met uitzondering van de tweekamp Rutte-Baudet (maar zelfs die spraken grotendeels over Europa, en daarover verderop).

Lijsttrekkersdebatten werden gevoerd tussen degenen die ook daadwerkelijk verkiesbaar waren, discussies draaiden om de invloed van Europa op beleid in Nederland en elders. Met als nieuwe toevoeging een debat in Nieuwsuur tussen de twee belangrijkste ‘Spitzenkandidaten’ voor de positie van voorzitter van de Europese Commissie, Weber en Timmermans. En al werd ook ditmaal (voornamelijk in besprekingen van peilingen door derden) nog een enkele keer de simplistische vertaalslag naar zetelverdeling in de Tweede Kamer gemaakt, Europa stond centraal op tv, internet en radio.

Naast aandacht voor de campagne in reguliere programma’s reed in de laatste week voor NPO Radio 1 een verkiezingsbus dwars door land en programmering, en maakten omroepen gezamenlijk het dagelijks discussieprogramma Café Europa. Met name politici van CDA, VVD en PvdA hielden elkaar in aanwezigheid op de radiozender in evenwicht, zo liet een (niet uitputtende maar wel representatieve) inventarisatie zien. D66, Forum voor Democratie en Groen Links waren iets (maar niet heel veel) minder te horen. PVV en SP waren maar beperkt achter de microfoons te vinden; redenen daarvoor liepen uiteen, van soms niet kunnen tot regelmatig niet willen.

Aandacht voor de nieuwkomer

Diverse televisiedebatten (Nieuwsuur op 13 mei; NOS Nederland Kiest: de Stemming op 22 mei) kozen voor de lijsttrekkers voor het Europarlement van de partijen die op dit moment in de Tweede Kamer zitten. Dat (op zich weinig ter zake doend maar wel eenduidig) criterium leverde al twaalf deelnemers op. Een debat is dan snel te kort, discussies kunnen onbevredigend zijn. Maar om dát allemaal dan nog eens evenwichtig te vatten in korte nieuwsbulletins was volgens een klager een niet steeds even geslaagde heksentoer. “Uiteraard hebben we alle begrip voor een ingekorte samenvatting, maar dit was voor ons onverwacht onprofessioneel,” verzuchtte zij op een ochtend na het zien van een één-minuut-dertig-versie van een lijsttrekkersdebat. Hoe het anders moet weet ook de ombudsman niet als je toch de volgende dag een paar hoogtepunten wilt laten zien. In elk geval moet ook zo’n samenvatting evenwichtig zijn en de geest van een debat geen geweld aan doen.

Er was in de grote debatten weinig tot geen ruimte voor nieuwkomers of – in deze campagne – partijen die zuiver Europees gericht en dus niet nationaal verkiesbaar waren. Eén van die nieuwe partijen vroeg de NOS (en de ombudsman, die er geen invloed op heeft) tevergeefs om toegang tot het NOS-debat op 22 mei. De partij gaf na uitleg aan te begrijpen dat nóg meer deelnemers tot kakafonie of Babylonische spraakverwarring zou kunnen leiden, maar was uiteraard teleurgesteld. De NOS voegde vervolgens wel enkele korte interviews toe met de nieuwkomers, en ook Nieuwsuur gaf aan dat nagedacht wordt hoe een dergelijk probleem een volgende keer aangepakt kan worden. Want als de politiek zich steeds meer organiseert naar deelbelangen, of zich juist tot buiten de nationale grenzen uitstrekt, hebben we een volgende keer eerder meer dan minder partijen. En die zullen op toegang tot het publiek – en dus de debatten – blijven hameren.

Tweestrijd

Zo er al in het verleden (soms graag en stevig maar niet altijd terecht, zoals bleek uit onderzoek van de ombudsman na de Kamerverkiezingen van 2017) geklaagd werd over ‘de linkse publieke omroep’, zo niet deze keer. Wellicht deed het slotdebat Rutte – Baudet dit vaak bij de ombudsman aangekaarte kritiekpunt deze keer verstommen. Het doorgaans als ‘links’ bestempelde programma Pauw (BNNVARA) adopteerde de door partijen op rechts uitgeroepen tweestrijd: een debat dat je wellicht eerder bij de ‘vrolijk rechtse’ omroep WNL verwacht had en dat deze omroep inderdaad graag in huis gehaald had, zei de WNL-directeur later. Maar de deelnemers beslisten anders.

Over wat de redetwisters in het debat meldden, spreekt de ombudsman zich uiteraard niet uit. Maar over de aanpak valt wel wat te vragen. Moet je als programma je zendtijd überhaupt voor zo’n debat aanbieden en je dan ‘slechts’ als facilitator neerzetten? Was vervolgens de debatleider niet te weinig debat-leider en te veel wegbereider?

Je als programma openstellen voor een mogelijk eenzijdig debat kán in het Nederlandse bestel, ook al roepen anderen schande en beschuldigen ze de publieke omroep van bevoordeling van een politieke kleur of in dit geval zelfs “rechtse propaganda”. Omroepen vertegenwoordigen een stroming in de maatschappij en mogen scherp en geprofileerd programmeren, zo lang het programma-aanbod van de publieke omroepen als geheel maar veelzijdig en pluriform blijft.

De verwijten van rechtse voorkeur kwamen ook terecht bij omroepen die voor dit debat nu juist niet verantwoordelijk waren, zoals de NOS . “Ik vind het zeer teleurstellend maar eerlijk gezegd ook doodeng dat onze zogenaamde neutrale, journalistiek brede, publieke (!) omroep dit laat gebeuren”, was een reactie.

Dat er in deze campagne voor de vele politieke geluiden redelijk verdeeld aandacht was, is hiervoor al aangegeven. Je kunt dan hooguit bekritiseren dat juist deze (niet verkiesbare) politici pal voor de verkiezingsdag de kans kregen tot het uitdelen van een laatste klap (die doorgaans een daalder waard schijnt te zijn, al bleek dat ditmaal niet uit de uitslag). Maar een dik uur eerder hadden de twaalf Europese lijsttrekkers nog de debatvloer, dus dat verwijt klinkt wel een beetje schril.

Aanpak

Blijft de aanpak en rol van de debatleider. Sommige vakgenoten zagen een zich prettig en terecht terughoudend opstellend gastheer, die Baudet en Rutte elkaar liet corrigeren zoals in een politiek debat hoort. Anderen constateerden en veroordeelden een gebrek aan kritisch doorvragen en het geven van context op momenten dat onzin, insinuaties of provocaties op de zender kwamen.

Zo werd een filmpje van extreemrechtse herkomst over verkrachtingen door migranten, door Baudet aangevuld met foto’s van Nederlandse politici en een tekst “Ich habe es gewusst” en geretweet, zonder verdere uitleg getoond als een “opvallend” spotje in de campagne. De eindredacteur van het debat zei tegen Medialogica (Human): “Ik vind niet dat we het zonder context hebben laten zien. De context van de teneur van de campagne, waarin de premier wordt neergezet als iemand die verantwoordelijk is voor zulke dingen. Dat is de context. Niet: mensen pas op dit is een extreemrechts filmpje. Nee, dit is een filmpje dat door Baudet online is gezet, waarmee hij een bepaalde toon in de campagne wil neerzetten. Wij hebben deze keuze met open ogen gemaakt omdat we het relevant vonden voor het programma dat we hebben gemaakt. Daarbij hadden we de oorsprong kunnen vermelden, maar dat hoeft niet.”

Er is geen journalistieke code voor dit soort  debatten en dat is goed. Een presentator die geen scheidsrechter is en een open speelveld geeft, kan deelnemers ruimte geven voor aanval en verdediging op standpunten. Maar je journalistieke verantwoordelijkheid dient – minimaal – te leiden tot het niet onbesproken of ongeduid laten van onzin of aantijgingen. Op andere momenten (Griekenland, Nexit) deed de presentator wel aan uitleg of tegenspraak, waarom dan juist op dit punt niet? En ‘context’ is bij definitie ‘de totale omgeving’ waarin en achtergrond waartegen iets betekenis krijgt. Daarvan besluit je niet in je eentje wat wel en niet relevant is.

Ja, je wilt als omroep of programma een debat eens anders kunnen aanpakken. Maar je dient, als journalistieke redactie bij de publieke omroep, ook inhoudelijk niet ‘slechts’ te faciliteren.