09 september 2021

Boos: journalistieke principes in een activistisch programma

In twee afleveringen nam het BNNVARA-programma BOOS klachten onder de loep over een praktijk voor plastische chirurgie. Op de karakteristieke BOOS-manier, met animaties, overvalinterviews en boze mensen op de stoep. De eigenaresse van de praktijk nam een advocaat in de arm voor een klacht bij de ombudsman. Was hier sprake van ‘karaktermoord’ of rechtvaardigde journalistieke research de stevige aanpak van het programma?

Klacht

Het was een behoorlijke lijst klachten die de advocaat namens zijn cliënte stuurde over enkele afleveringen van het programma BOOS. Het programmateam was onaangekondigd en met draaiende camera binnengelopen bij de plastischechirurgiekliniek en zo werd eigen nieuws gecreëerd. Het programma was alleen maar uit op confrontatie en niet op wederhoor. Verder klopte de inhoud niet en werd zonder toestemming gebruik gemaakt van beeld en geluid. “BOOS heeft gehandeld in strijd met de journalistieke zorgvuldigheid,” schreef de advocaat. De eigenaresse van de praktijk zou “op disproportionele wijze [zijn] blootgesteld aan karaktermoord”.

Journalistieke principes in een overgangsgebied

BOOS manoeuvreert in een interessant overgangsgebied: het is een productie tussen journalistiek en activisme (het willen aanpakken van een situatie, de redactie noemt het ‘ontbozen’) die daar bovenop een satirische aanpak hanteert.

Er zit in het researchen, maken en publiceren van de productie voldoende journalistiek handelen om onderzoek door mij, de journalistiek ombudsman, te rechtvaardigen. Inhoudelijk dienen de aangedragen feiten te kloppen, aantijgingen te worden onderbouwd en journalistieke principes als wederhoor moeten worden gerespecteerd. Om maar enkele van de journalistiek-ethische normen uit de Journalistieke Code te noemen waarop ik hieronder terugkom.

De afleveringen hebben een activistische insteek en betrokkenheid bij één partij in een dispuut. Dat kan volgens de Mediawet. Ledenomroepen zoals BNNVARA kunnen binnen het kader van hun missie een kant kiezen aan een zaak, maar een productie moet wel onafhankelijk tot stand komen. Die onafhankelijkheid werd door de klager betwist: er zouden vriendschappelijke banden zijn tussen redactieleden en mensen met klachten over de praktijk. Een vriendschappelijke band staat niet per definitie inhoudelijke onafhankelijkheid in de weg, en er is geen onderbouwing dat dat in dit geval wel zo was. Daarnaast was die band slechts aanwezig in één enkele zaak, terwijl er vele tientallen klachten onderzocht zijn.

De BOOS-aanpak heeft een satirische insteek die (ook letterlijk) de speelruimte van de makers vergroot. Die satirische speelruimte is er vooral in de vorm, bijvoorbeeld uitvergrotend taalgebruik, beeldbewerking, elementen als het uitreiken van een – als niet-bestaand herkenbare –oorkonde.

Programmaformat

Een aantal van de aspecten waarover de klacht ging, zijn een vast en bekend onderdeel van het format van het programma BOOS. Daaronder vallen onder meer het op locatie opzoeken en aanspreken (confronteren met draaiende camera) van betrokkenen bij een onderwerp, het meenemen van ‘boze’ mensen naar locaties, het combineren van beeldmateriaal met animatietechnieken (beeldbewerking), het uitreiken van niet-bestaande prijzen of oorkondes en overdrijvend taalgebruik.

Dat iets een vast onderdeel is van een format wil bij een journalistieke productie uiteraard niet automatisch zeggen dat het daarmee volgens de journalistieke ethiek kan. Maar het is ook niet zo dat je op voorhand kunt stellen dat een journalistieke handeling niet geoorloofd is omdat deze onverwacht komt, zoals de klager vond. 

Geen ‘nieuws’ gemaakt

Feitelijke onderbouwing van de in het programma behandelde informatie blijft geboden. Dit was voor mij na te gaan in de research van de redactie. De redactie heeft geen eigen ‘nieuws’ (aanhalingstekens van de advocaat) gemaakt: de vele dossiers zijn op feitelijkheid gecheckt. De redactie heeft die bevindingen in het eigen format gegoten en gepubliceerd, waarbij bepaalde aspecten satirisch verbeeld werden.

Bestaande, op feiten gebaseerde zaken zijn zo in de openbaarheid gebracht. Daarmee werden ze onderdeel van het nieuws. Het ging om klachten over de praktijk en hoe daar (niet) mee werd omgegaan, niet om het zoeken van confrontatie met de eigenaresse. Het met draaiende camera pogen om een interview met haar te krijgen was de vorm, niet de inhoud.

Aantijgingen onderbouwd

BOOS heeft de aantijgingen over de werkwijze van de eigenaresse niet verzonnen of in omvang opgeblazen. Sterker: een aantal van bij de redactie beschikbare dossiers is in de uitzendingen niet eens gebruikt, maar aan de eigenaresse gegeven om ze op te lossen. De eigenaresse van de praktijk schreef zelf na de eerste uitzending een brief aan klagende klanten waarin ze zich voor een aantal van de in BOOS aangehaalde problemen verontschuldigde, en ze heeft na die aflevering geprobeerd – met meer of minder succes – klachten op te lossen. Dat had allemaal niet gehoeven als de door BOOS aan- en overgedragen dossiers onzin waren.

Deadline en wederhoor

De advocaat schreef dat ‘enkele’ personen met ‘individuele’ klachten aan het woord zijn gelaten en dat geen poging is gedaan om klachten te nuanceren. Op aanbiedingen voor een interview met de eigenaresse zou de redactie niet zijn ingegaan, de redactie had blijkbaar liever een confrontatiescène. Wederhoor zou stelselmatig te weinig aandacht hebben gekregen. In plaats daarvan koos de redactie voor overvaltechnieken aan de deur en het onrechtmatig gebruik van beeld en een ‘heimelijk’ opgenomen telefoongesprek.

Het is niet de taak van een journalistiek programma om klachten te nuanceren maar om feiten te onderbouwen. Het ging in de uitzendingen om meer dan ‘enkele’ of ‘individuele’ klachten: na de eerste uitzending kwamen er nog eens zo’n vijftig binnen, en ook sindsdien melden zich nog klanten van de praktijk.

Als ik op basis van mailverkeer de pogingen reconstrueer om tot een interviewafspraak te komen, kan ik niet concluderen dat de redactie doelbewust heeft aangestuurd op het mislukken daarvan en dus liever de confrontatie opzocht. De redactie wilde graag in gesprek maar zowel de redactie als de eigenaresse hebben door omstandigheden een gemaakte afspraak moeten of willen verplaatsen. Toen het contact stilviel, heeft de redactie – gezien de tijdsdruk op montage en uitzending – een deadline voor reactie gesteld. Dat is een staand journalistiek gebruik en als laatste middel niet verkeerd wanneer voldoende is geprobeerd om tot een gesprek te komen. Die deadline is vervolgens verlopen en is er besloten bij de praktijk langs te gaan.

Zo’n deadline heeft altijd wel iets arbitrairs in zich: een te interviewen persoon heeft evenveel ‘recht’ er niet op in te gaan als de journalist ‘recht’ heeft om aan de tijd om te reageren een (voldoende ruim bepaald) eindpunt te stellen. De redactie heeft geruime tijd geprobeerd tot een afspraak te komen.

Wat betreft het meenemen van wederhoor is steeds de discussie wat proportioneel of ‘voldoende’ is. Voor ‘voldoende’ wederhoor is in de Journalistieke Code niet – zoals in sommige andere landen meer gebruikelijk is – een vaste regel of mathematische berekening opgenomen (“u 10 minuten, ik 10 minuten”). Zoals eerder aangegeven: programma’s van een ledenomroep mogen één kant aan een zaak uitlichten, maar wederhoor, of de poging daartoe, mag niet achterwege blijven. Maar een journalistieke productie heeft ook niet de plicht om alles dat een wederpartij inbrengt als wederhoor op te nemen.

Nog tot tijdens het onaangekondigd bezoek aan de praktijk is aan de eigenaresse de mogelijkheid gegeven om haar visie op vragen en klachten te geven. Ook na de confrontatie is haar nog gevraagd per e-mail in te gaan op de klachten. Dat zij dat – mogelijk door het aanbellen met draaiende camera – uiteindelijk niet wilde, is haar goed recht. Maar ruimte voor wederhoor is haar geboden en er is melding gemaakt van haar reacties op klachten.

Beeldbewerking

Beeldbewerking bij een programma met dit format, voor deze specifieke doelgroep en op dit platform is niet gelijk te stellen aan het bewerken van beelden in de context van een nieuws- of actualiteitenuitzending. Het zijn die programmagenres waarop de opmerking in de Journalistieke Code van toepassing is dat beeldbewerking maar ‘tot op zekere hoogte’ kan. BOOS is geen nieuwsuitzending, er kan binnen dit format meer dan in een nieuwsprogramma met beeld gespeeld worden (toevoegen van cartoonelementen, animatiestijl). Waarbij het geen criterium is of het smaakvol is om het al dan niet toe te staan.

Draaiende camera, overvaltechniek, huisvredebreuk

Het team van BOOS zou onaangekondigd en onder valse voorwendselen de kliniek zijn binnengekomen. Het team had inderdaad geen afspraak of van tevoren laten weten wanneer men kwam. De eigenaresse noemde het met draaiende camera de praktijk binnenlopen huisvredebreuk, maar volgens de Officier van Justitie was daarvan geen sprake.

Huisvredebreuk is een juridische term, een journalistiek ombudsman kan er niet zoveel mee. Wel met journalistieke normen voor het gebruik van een draaiende camera of een ‘doorstep’-interview: onaangekondigd iemand bevragen. Daar staat geen straf op, niet wanneer sprake is van een zaak die maatschappelijk van belang is (in dit geval gezondheidsrisico’s) en er op een andere manier geen reactie te krijgen is.

In dit geval was er voldoende geprobeerd een reguliere interviewafspraak te maken. Ongevraagd met draaiende camera een pand binnenlopen (niet privé-gedeelten, daar stopte het team dan ook) is misschien niet beleefd, maar het mag dan wel.

In het klachtendossier zaten verklaringen van werknemers van de praktijk die door het binnenlopen van het team geschrokken waren en zich geïntimideerd voelden. Ze hadden de vorm en bewoordingen van getuigenverklaringen in een proces. Mij is onduidelijk gebleven wat doel en waarde van de verklaringen waren, ik ben geen rechter. Daarnaast zat er tot mijn verbazing zelfs zo’n verklaring bij van iemand die helemaal niet aanwezig was op het moment dat BOOS langskwam...

Onterecht gebruik telefoongesprek

In de uitzendingen werd een gedeelte uitgezonden van een telefoongesprek tussen de dochter van de eigenaresse (die ook kwaliteitsfunctionaris van de praktijk is) en de presentator. Het gesprek zou heimelijk opgenomen en zonder toestemming gebruikt zijn.

Ook bij toestaan van gebruik van beeld- en geluidsopnamen geldt dat het onderwerp van maatschappelijk belang moet zijn en er geen openlijke manieren (meer) zijn om aan de benodigde informatie te komen.

Sowieso mag iedere burger (ook een journalist) zijn eigen telefoongesprekken opnemen, zonder de gesprekspartner dit te laten weten. Heimelijk opnemen bestaat dus niet. Wanneer je een gesprek in een journalistieke productie wilt gaan gebruiken, moet je dit de ander van tevoren melden, die kan dan indien gewenst ophangen. Dat melden vooraf heeft BOOS niet gedaan.

Er kan van de regel ‘vooraf melden’ worden afgeweken als er sprake is van een misstand en de in het gesprek aan de orde komende informatie noodzakelijk is om die misstand aan de orde te stellen. Je kunt in dit geval onderbouwen dat de hoeveelheid en aard van de klachten over en de onjuiste certificering van de praktijk (zie hieronder) optellen tot een zaak waarover publiciteit gerechtvaardigd was. Het woord ‘misstand’ zal ik niet zo snel kiezen, maar dat een aantal cliënten van de praktijk schade aan hun behandelingen heeft overgehouden en dat met reclamaties daarover niet best is omgegaan, is wel een mistoestand.

Dat de in het telefoongesprek gewisselde informatie niet op een andere, meer reguliere journalistieke wijze te verkrijgen zou zijn geweest is niet zeker. Formeel maakt dat het gebruik van dit gesprek discutabel. Maar omdat er tussen team en praktijk al problemen waren over het maken van interviewafspraken is het wel waarschijnlijk dat de erkenning door betrokkenen bij de praktijk van mistoestanden, wangedrag of onjuiste certificering niet langs een andere weg verkregen kon worden dan deze. Ik kan de keuze van BOOS voor een op zich niet volledig formeel gedekt gebruik van een onaangekondigd opgenomen telefoongesprek wel billijken.

Onbekende of ongewenste klachten?

BOOS zou de eigenaresse met onbekende dossiers hebben overvallen, zo zou blijken uit de correspondentie in het klachtendossier. Maar die bleek niet compleet: de redactie kon laten zien dat de klachten wel van tevoren opgestuurd waren. Er is ook expliciet door het programma aangegeven dat over een aantal van de aangedragen dossiers niet gesproken zou worden in een mogelijk interview, maar dat ze wel aan de praktijk zouden worden overgedragen zodat ze opgelost zouden kunnen worden. Een overval met onbekende dossiers kan ik niet aantonen.

Wel heb ik kunnen onderbouwen dat in naam van de praktijk deelnemers aan de uitzendingen onder druk zijn gezet om hun kritiek te nuanceren of deelname te stoppen. Laat ik er niet meer over zeggen dan dat me dat behoorlijk verbaasd heeft.

Certificering

In de tweede aflevering van BOOS kwamen kwaliteitsgaranties van de praktijk aan de orde. Er stonden logo’s van certificerende organisaties op de site van de praktijk, maar die organisaties meldden aan BOOS dat hun logo’s zo helemaal niet gebruikt mochten worden. BOOS zei daarop in het programma dat de praktijk niet gecertificeerd was en probeerde een nep-oorkonde van die strekking uit te reiken. De praktijk bleek wel certificaten te hebben, alleen stonden ze verkeerd op de website. Dat werd door een medewerker aangepast.

De kern is dus: ‘niet gecertificeerd’ en dus misleidend versus ‘certificering onjuist vermeld’, wat ook misleidend kan zijn. Volledig en taalkundig correct was geweest als BOOS in uitzending 2 had gesteld dat logo’s onjuist werden gebruikt en er geen bewijs was voor certificering zoals de praktijk die op de website opvoerde. Dat is wel geredeneerd vanuit de huidige kennis, met de inmiddels beschikbare antwoorden en aanpassingen van de praktijk en van de certificerende organisaties.

De wijziging van de vermelding op de website kwam pas in tweede aanleg, nadat BOOS de praktijk had gemeld dat de certificerende instanties onjuist toepassen van de logo’s hadden geconstateerd. BOOS was in eerste instantie door ‘niet gecertificeerd’ te gebruiken (bv. in de oorkonde) te stellig, maar correcte certificering was op de website daadwerkelijk niet aanwezig. Later in dezelfde uitzending 2 wordt duidelijk gesproken over verkeerd gebruik van logo’s, en aan het eind  wordt gemeld dat de logo’s inmiddels wel correct op de site staan.

Karaktermoord?

De advocaat schreef me dat zijn cliënte “op disproportionele wijze wordt blootgesteld aan karaktermoord”. Er is geen journalistiek-ethische norm waaraan je het al dan niet plegen van karaktermoord kunt afmeten, wél voor correct journalistiek handelen. Dat is wat ik als ombudsman onderzoek.

Binnen de journalistieke normen is er voor de meeste van de klachten geen onderbouwing. BOOS baseerde zich op journalistieke research en feitelijke informatie uit klachtendossiers, aantijgingen werden zo onderbouwd. De journalistieke aanpak was te rechtvaardigen, met bij een enkel aspect een kanttekening. Zo had formeel het gebruik van het telefoongesprek afgedekt moeten worden door vooraf te melden dat er (mogelijk) gebruik van zou worden gemaakt, maar er was een houdbaar argument te geven om dat niet te doen. De formulering ‘niet gecertificeerd’ bleek gaande uitzending 2 ‘onjuiste gebruik van certificering’ te moeten zijn en dus minder stellig dan ‘niet gecertificeerd’ (die verschuiving zie je in de uitzending alsnog plaatsvinden). Maar dat zijn in de veelheid van klachten die werden aangedragen relatief kleine zaken.

Dat van de eigenaresse van de praktijk geen mooi portret is geschetst, is duidelijk. Maar dat is ook niet de plicht van een journalistieke publicatie. De eigenaresse leek zelf in haar ‘mea culpa’-brief te beseffen dat de publicaties van BOOS op feiten stoelden. Ik zie geen aanleiding om op journalistiek-ethische gronden nu ineens wel een streep door die uitzendingen te zetten.   

Procedurele opmerkingen tot slot

Tot slot wil ik hier opmerken dat de klaagster een ongebruikelijke, sterk gejuridificeerde aanpak voor de behandeling van een klacht bij de journalistiek ombudsman gebruikte: van de keuze om alle contact via een advocaat te laten lopen tot de wijze van indienen van de klacht (per aangetekende post, als een soort gerechtelijk dossier van twee centimeter dik, met sommaties en in juridische taal).

De ombudsman is geen rechter. Normaal spreken juristen met juristen, journalisten met mensen in het nieuws en de ombudsman met klagers en betrokken omroepen en programmamakers. Ik kijk in mijn onderzoeken naar journalistiek-ethische maatstaven en probeer een brug te slaan tussen publiek en journalistiek. Ik heb het als onprettig en onnodig ervaren dat deze klacht vanaf het indienen de insteek van een proefproces leek te hebben. Onderzoek en oordeel van de ombudsman zijn onderdeel van het hooghouden van de journalistieke kwaliteit bij de publieke omroepen, geen testprocedure voor een eventueel hierna te volgen juridisch traject.