11 september 2020

Argos: hoe om te gaan met kwetsbare bronnen

Doen politie en justitie in Nederland terecht weinig of geen onderzoek naar de vele verhalen over ritueel seksueel misbruik? Een uitzending van Argos hierover roept vragen op over de omgang met kwetsbare bronnen en het recht op wederhoor. Gooide de redactie “zomaar onzin” op de zender? Die conclusie is niet terecht.

VPRO-radioprogramma Argos vraagt in een uitzending waarom er weinig of geen opsporingsonderzoek wordt gedaan naar verhalen over ritueel seksueel misbruik in Nederland. Getuigen vertellen erover en een enquête van het programma levert ruim 200 verhalen op. Maar aangiftes blijven uit of worden vrijwel direct terzijde gelegd, stelt het programma. Volgens (ook internationale) experts valt het ten onrechte stil. In een klacht stelt een luisteraar dat de redactie te gemakkelijk is meegegaan in de verhalen van haar bronnen. Want van de Journalistieke Code moet je toch heel terughoudend zijn bij het omgaan met kwetsbare bronnen zoals (vermeende) slachtoffers? En moet bij de familie van een van de hoofdpersonen in de uitzending geen wederhoor worden gehaald?

Tegenspraak en voorzorg

De redactie legt aan de klagende luisteraar uit wat er allemaal gedaan is om te voorkomen dat te makkelijk met de vaak vreselijke verhalen van de bronnen wordt meegegaan. Voor een groot aantal van die stappen is onafhankelijke bevestiging. Zo zoekt de redactie uit of het kan dat bronnen elkaar napraten, dat ze hun informatie uit fictie of van derden (inclusief besloten webfora) hebben en filtert die eventuele ‘vervuiling’ uit hun onderzoeksresultaten. Ze schakelt experts in om naar enquête- en interviewvragen te kijken, om te voorkomen dat bronnen door de vragen van de journalisten een bepaalde kant op gestuurd worden. Het onderzoeksteam zoekt tegenspraak bij politiemensen, wetenschappers en hulpverleners in binnen- en buitenland, zodat het zelf niet te veel in één richting gaat denken en zaken zelf gaat invullen.

Eén van de programmamakers krijgt in 2019, als het onderzoek naar seksueel misbruik al loopt, een beurs van dé organisatie die journalisten traint in het werken met getraumatiseerde bronnen en onder stressvolle omstandigheden, het Dart Center for Journalism and Trauma in New York. Ze legt haar onderzoeksmethodieken en aanpak van bronnen ook voor aan de experts daar. In een podcast legt ze uit hoe het onderzoek uiteindelijk is gedaan.

Dat hier niet “zomaar” iets op de zender wordt gegooid is duidelijk. Maar is hiermee ook voorkomen dat er “onzin” werd uitgezonden? Bronnen kunnen getraumatiseerd zijn, maar ook in gevaar. Kwetsbaar zijn ze hoe dan ook. Hoe controleer je wat ze vertellen? Hoe moet je hun informatie en verhalen inschatten als er niet altijd hard en extern bewijs voor is?

Privédetectives?

De klagende luisteraar vraagt waarom er geen privédetectives zijn ingezet om bewijs te verzamelen, waarom betrokkenen niet geschaduwd zijn of telefoons ‘uitgelezen’. Hij meent dat dit soort zaken eenvoudig kan, maar zo simpel ligt het niet. Juristen raden het redacties stellig af, want je begeeft je al snel richting de rand van wat mag (en dan hebben we het nog niet eens over de kosten van zo’n Magnum PI). De journalist heeft geen opsporingsbevoegdheid en moet zich als burger gewoon aan de wet houden. Net zoals een privédetective overigens, want die is ook maar een burger en daar wordt een journalistiek onderzoek dus niet per definitie beter van.

Een journalist zal een onderzoeksverhaal altijd voldoende aannemelijk moeten maken. Maar hij of zij hoeft geen bewijs te leveren op het niveau dat zou standhouden in een rechtszaak (het zogenoemd wettig en overtuigend bewijs). Een journalistieke productie is geen juridisch dossier, er mogen onzekerheden en open vragen in zitten maar het mag niet ongefundeerd of een gatenkaas zijn.

In de uitzending worden de verhalen van bronnen verteld om te illustreren, een indruk te geven van de aard en detaillering en ook van de vele overeenkomsten die er tussen de verschillende verhalen bestaan. De redactie levert zo een complex aan onafhankelijk verkregen maar samenhangende verhalen over mogelijk strafbare feiten en de redactie vraagt of dat niet op zijn minst tot nader onderzoek naar het waarheidsgehalte zou moeten leiden. Je kunt het wat cynisch een slimme methode noemen, want als je de focus daarop legt, hoef je zelf al die verhalen niet helemaal te bewijzen. Maar als je voldoende aannemelijk materiaal levert, hoeft dat journalistiek gezien ook niet. En de vraag waarom geen onderzoek wordt gedaan is hier mijns inziens terecht gesteld.

Wederhoor

Hoeveel er nodig is om een journalistiek verhaal voldoende aannemelijk te maken, zal per verhaal verschillen. Maar zeker als er beschuldigingen in zitten jegens personen of organisaties moet de onderbouwing stevig zijn. En zal er ook wederhoor gehaald moeten worden. De Journalistieke Code stelt dat journalisten altijd wederhoor halen, maar ook dat journalisten terughoudend omgaan met beschuldigingen. Alleen wanneer het is gecheckt en aannemelijk gemaakt, worden beschuldigingen gepubliceerd.

Wat dat betreft is er bij de reportage wel een kanttekening te maken. In bijzinnen en zonder namen wordt door bronnen verteld dat mogelijk hooggeplaatste, bekende personen (ook politici) bij ritueel misbruik betrokken zouden zijn. Dat is voldoende vaag om niemand echt te beschuldigen, maar daarmee ook onvoldoende precies om de suggestie van (ritueel) misbruik door een hele beroepsgroep te rechtvaardigen. Als ik de eindredacteur was geweest, dan had er in elk geval enige vorm van onderbouwing moeten komen. En als die onderbouwing er wel was maar om redenen van privacy niet gedeeld kon worden, wat de redactie aan mij uitlegde, dan had over de redenen tot vaagheid iets gezegd moeten worden. Anders had een dergelijke vage maar toch insinuerende zin geschrapt moeten worden.

De redactie legde aan de klager uit dat in een interview wederhoor halen bij de familie van een hoofdpersoon in de uitzending die bron in gevaar zou hebben gebracht. Dat argument mag wat mij betreft meewegen, ook in het licht van het zorgvuldig omgaan met de veiligheid van bronnen. Ik kreeg overtuigende aanvullende informatie dat de zorg van de redactie terecht was. Ik voel me niet vrij om er hier meer dan dit over te zeggen. Maar het was transparanter geweest als de redactie in de uitzending iets meer had toegelicht waarom de visie van de familie van de hoofdpersoon alleen indirect aan bod kwam.

Hoe nu verder met het dossier over het gebrek aan onderzoek naar verklaringen over ritueel seksueel misbruik in Nederland? De Tweede Kamer zag in het dossier van de Argos-redactie voldoende aanleiding om in debat te gaan met de minister van Justitie. Wordt vervolgd.