05 november 2021

Andermans klachten

Regelmatig ontvang ik mails met klachten die eigenlijk niet voor mij bestemd zijn. Want de ombudsman heeft een behoorlijk afgebakend werkterrein maar dat is niet altijd voor iedereen even duidelijk. Ik behandel vragen en klachten over journalistieke programma’s van de publieke omroepen en over het handelen en de aanpak van de journalisten bij het maken van die producties voor radio, tv of online. Maar de afgelopen tijd vroeg het publiek om mijn optreden bij allerlei andere zaken.

Publiek én journalistiek

Zo kwamen er klachten over programma’s van BNR en RTL. Maar commerciële omroepen vallen niet onder mijn bevoegdheid. En geloof me: mijn kleine team en ik kunnen onze week goed vullen met het volgen of de elf (straks na 1 januari: dertien) publieke omroepen zich houden aan de journalistieke afspraken bij wat ze 24/7 brengen aan nieuws, informatie en educatie op hun zes radiozenders, drie tv-netten en tientallen websites. De ‘commerciëlen’ hebben geen ombudsman, misschien komt dat nog.

Er kwamen vragen over vermeend racistische opmerkingen in het programma First Dates. Inderdaad, een programma van de publieke omroep (BNNVARA). Maar het is geen journalistiek programma, de journalistieke normen en afspraken gaan hiervoor niet op. First Dates is een reality-programma, dat – zo beschrijft het programma zichzelf – ‘authentieke dates’ volgt, niets wordt gescript. Al mag je wat mij betreft aan alle programma’s van de publieke omroep een ondergrens aan goed fatsoen stellen en mag je vinden dat de opmerkingen in First Dates daar niet aan voldeden, over journalistiek handelen of aanpak ging deze klacht niet. Ik heb de mail dus doorgestuurd en de klager kreeg antwoord van de redactie. Want dat is wel zo fatsoenlijk.

Satire

En dan waren er klachten over wat inmiddels door velen als een splijtzwam in de samenleving gezien wordt: wél of niet vaccineren. De programma’s Plakshot (VPRO) en De Sociëteit (NTR) maakten beide een item over hoe om te gaan met mensen die geen vaccinatie tegen Covid-19 willen krijgen. Ze kozen – waarschijnlijk toevallig – dezelfde invalshoek: geweld tegen ongevaccineerde mensen, en in dezelfde vorm: een parodie op een bestaand item of programma: een drillrap-video en de Netflix-serie Squid Game.

Eén klager checkte nog voorzichtig of de filmpjes echt waren, want de publieke omroep vindt toch niet dat er zomaar op ongevaccineerde mensen geschoten mag worden? Een behoorlijk aantal anderen ging er gewoon van uit dat ze echt waren en dat de publieke omroep het ermee eens was. Men sprak er schande van of begon te schelden, zeker nadat op sociale media enkele partijen (waaronder een politieke) de filmpjes verspreidden alsof ze uit een nieuwsuitzending kwamen en concludeerden dat de publieke omroep opriep tot geweld tegen ongevaccineerde mensen. Ophef en Kamervragen gegarandeerd.

Ook deze klachten heb ik zonder verdere actie van mijn kant doorgestuurd aan de omroepen, want ik ga als journalistiek ombudsman niet over deze filmpjes. Dit was satire, en die hoeft niet te voldoen aan journalistieke normen. Of de filmpjes leuk, geslaagd of goede smaak waren, daarover mag en kan je altijd twisten.  Maar er gelden andere normen voor satire dan die in de Journalistieke Code. Deze stelt bijvoorbeeld dat een item of programma waarheidsgetrouw, foutloos, feitelijk en fair moet zijn.

Duidelijk of niet?

Was het duidelijk dat de kijker geen journalistieke items voor de neus kreeg? Volgens mij wel. Het hele programma Plakshot is overduidelijk satire, het druipt er in aanpak, vorm en taalgebruik vanaf en het afficheert zichzelf ook zo: ‘het nieuwe satirische VPRO-programma op de zondagavond, waarin Roel Maalderink door middel van straatinterviews, sketches en parodieën de actualiteit bespreekt én de absurditeit van de media blootlegt’.  En als je er nou toevallig middenin valt en niet direct doorhebt dat je naar parodieën zit te kijken, dan kijk je toch even verder dan je twittervogeltje blauw is en check je wat de context is, voor je een scheldpartij naar de ombudsman stuurt?

Het programma De Sociëteit is een actuele talkshow waarin meerdere elementen zitten: journalistieke gesprekken, wat muziek en aan het eind een kort filmpje, zoals vroeger De Wereld Draait Door afsloot met een parodiërend filmpje van Lucky TV. De presentator zegt: “We sluiten af met een filmpje van Izzle.” Voor wie hem kent is het dan al duidelijk: dit wordt satire. Wie de maker niet kent, ziet direct aan het beeld dat dit geen werkelijkheid is maar een animatie. En zelfs wie de geparodieerde serie Squid Game niet kent, weet ook binnen één zin dat het hier geen nieuwsitem betreft (aan stemgebruik, woordkeus en aan de inhoud van wat er gezegd wordt). Het item is duidelijk herkenbaar als een satirisch filmpje, maar het zit wel in een journalistieke omgeving.

Uitleg

Dat maakt het wel iets gecompliceerder voor de kijker, dus uitleg was wel handig. En die gaf de omroep dan ook. De redactie stuurde alle klagers antwoord, over de maker en de status van het item:

“De filmpjes van Izzle vormen een vaste rubriek binnen het wekelijkse tv-programma de Sociëteit. Izzle is een jonge maker die met zijn sketches al langer online actief is. Bij de filmpjes die hij maakt voor De Sociëteit is hij als satiricus vrij te om maken wat hij wil, maar doet dat in overleg met de redactie.

De video van 15 oktober is een satirische reactie op de discussie rondom het QR- en vaccinatiebeleid en de Zuid-Koreaanse Netflix hit Squid Game (waarin deelnemers spellen moeten spelen en enkel de winnaar overleeft), hét onderwerp van gesprek op dit moment.

Maar de reactie ging vooral over wat satire is en waarom een satiricus niet aan journalistieke normen hoeft te voldoen. Kort gezegd: een satiricus doet niet, zoals een journalist, verslag van of onderzoek naar gebeurtenissen maar heeft een eigen rol.

“Satire is een vorm van kritiek op een (maatschappelijk) fenomeen, waarmee zaken van een andere kant worden bekeken, met als doel om mensen aan het denken te zetten en ze aan te moedigen zich hierover een eigen mening te vormen.

Uiteindelijk bepaalt het publiek zelf welke betekenis ze geven aan dat wat via satire wordt aangekaart. Dat smaken hierbij verschillen is evident. Net als – helaas - het gegeven dat satire niet altijd wordt herkend.

Satire als stijlvorm om mensen aan het denken te zetten behoort tot een van de vaste waarden van een onafhankelijke omroep."

Dat aanzetten tot meningsvorming was hier wel gelukt, zo lijkt het. Maar misschien niet helemaal zoals de redactie voorzien had. De redactie gaf terecht aan dat satire niet altijd eenvoudig te herkennen is. En als het publiek zo’n filmpje uit de context van het programma te zien krijgt, zoals op sociale media gebeurde, kan het lastig zijn de status ervan te snappen. Maar zeker niet onmogelijk, want er waren nogal wat aanwijzingen dat dit niet echt was.

Wie het toch als echt beoordeelde, had waarschijnlijk te snel gereageerd of maar met een half oog gekeken. Dat is jammer maar kan gebeuren, en voor hen kwam er de uitleg van de redactie. Wat betreft degenen die heel goed wisten dat dit satire was maar die toch verontwaardigd deden alsof dit werkelijkheid was, daar anderen willens en wetens mee misleidden en er programma en omroep onterecht mee in een kwaad daglicht stelden? Laten we het erop houden dat díe fake news in de wereld brachten.  

Inbreuk in programma

En dan was er nog de radiozendermanager die een live-uitzending binnenliep en de presentator met klem vroeg (‘opdroeg’, schreven klagers) niet met een bepaalde luisteraar te bellen. Het leek erop dat die luisteraar kaartjes had gewonnen voor een besloten concert van de band Maneskin waarvan de locatie geheim moest blijven.  En dat hij op sociale media had gezet dat hij die locatie wel wilde delen. In werkelijkheid zag deze fan de groep in Amsterdam voor een hotel staan en wilde hij deze locatie delen. De presentator was nieuwsgierig naar het waarom en stond op het punt de luisteraar te bellen. De discussie on air met de zendermanager was stekelig (‘Moet je niet altijd naar je baas luisteren?’), en de presentator zag van het telefoontje af. Maar wel met knarsende tanden.

Ophef en verontwaardiging op sociale media dus weer. Ik kreeg als ombudsman een rol toen de journalistenvakbond opriep dat ik de zendermanager tot de orde moest roepen. Vanwege inbreuk op de redactionele vrijheid. Maar, beste NVJ, een muziekprogramma is geen journalistiek. Redactionele autonomie is wettelijk vastgelegd voor journalistieke redacties en daarvoor ga ik door het vuur. Maar laten we dat grote goed zuiver hanteren.

Daarmee pleit ik niet voor het zomaar toestaan van inbreuk in andere dan journalistieke programma’s. Maar ik onderzoek journalistieke programma’s en handelingen aan de hand van journalistiek-ethische normen . Van journalistiek werk mag meer geëist worden dan dat het fatsoenlijk blijft. Daar zijn ze weer, de drie F’s: foutloos, feitelijk en fair moet het zijn. Met grote invloed komt grote verantwoordelijkheid. En toezicht van de ombudsman.

Het is goed dat ik mij niet op allerlei andere programmagenres richt. Creativiteit moet de ruimte kunnen krijgen, satire moet kunnen schuren. Zónder de journalistiek ombudsman die meekijkt. Ik kan er als privépersoon van alles van vinden. Maar als je iets víndt, zo zei een journalistiek leermeester ooit, dan ga je ermee naar de politie…